Bijdrage West­fri­siaweg


16 maart 2008
Voorzitter,

Wij begrijpen dat er achter de schermen met veel inzet is gewerkt aan de totstandkoming van het Regioakkoord zoals het nu voor ons ligt. Het is een niet-geringe prestatie om zoveel partijen, met elk hun eigen belangen, op één lijn te krijgen. Elk van die partijen heeft wel wat water in de wijn moeten doen – en toch zijn de partijen bereid grote bijdragen te leveren aan de realisatie van de Westfrisiaweg, de N23. Het is, zoals wij dat noemden een huzarenstuk om die partijen zo ver te krijgen. Aan die prestatie willen wij niets afdoen, met de complimenten aan alle betrokkenen.

Toch zijn wij helemaal niet gelukkig met het Regioakkoord dat vandaag ter besluitvorming voor ons ligt.
De reden is eigenlijk heel simpel. De betrokken partijen hebben overeenstemming bereikt over een wegtracé dat één van de vele mogelijkheden is. Maar er is gekozen uit een selectie van de mogelijkheden en niet uit het hele scala. Er is dus een voorselectie geweest. Een voorselectie die naar onze mening niet op alle punten en momenten in de grootst mogelijke openheid heeft plaatsgevonden. De mogelijke tracés die niet in de voorselectie zaten, zijn dus uiteindelijk ook niet betrokken bij de afweging van het tracé dat met het Regioakkoord moet worden gerealiseerd.

De Partij voor de Dieren vindt dat dit niet juist is. De regiopartners hebben er recht op alle mogelijkheden met hun uitgewerkte voor- en nadelen op hun merites te beoordelen en op basis daarvan de beste route voor de N23 te kiezen.
Dat bij dit proces ook de bewoners van het gebied, inclusief actiegroepen en de natuur- en milieubeweging, worden betrokken, lijkt ons niet meer dan vanzelfsprekend. Maar dat is -voor zover wij dat kunnen overzien- lang niet overal gebeurd.

Voorbeelden daarvan zijn het tracé -wat ik maar even noem- langs het zuiden van Heerhugowaard en het noorden van Enkhuizen. Ook de commissie die een oordeel geeft over de in opdracht van onze provincie door bureau Tauw uitgevoerde Milieueffectrapportage, heeft daar min of meer gelijkstrekkende meningen over. Die MER-commissie adviseert een aantal alternatieven nader te onderzoeken, waarbij niet wordt uitgesloten dat één of meer van die varianten wel eens milieuvriendelijker kunnen zijn dan het tracé van het Regioakkoord.

Voorzitter,
U zult begrijpen dat wij niet kunnen instemmen met het Regioakkoord zolang de alternatieven niet serieus zijn mee te wegen.

Wij hopen dat er nu alsnog wordt besloten tot het onderzoeken van de alternatieven en dat ook de gemeente Enkhuizen en het zaadbedrijf Syngenta willen meewerken in de sfeer van het mee willen zoeken naar oplossingen. Een oud gezegde luidt: ‘kan niet is dood’.

Voorzitter, daar wil ik nu mee afsluiten.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer