Bijdrage Vrij­stelling Flora- en Faunawet


22 april 2009

Voorzitter,
Wij hebben een principieel bezwaar tegen deze verordening. Dat bezwaar komt door artikel 4 van deze verordening. Dit artikel geeft een vrijstelling voor het doden van spreeuwen en wilde eenden, met als doel om de dieren te verjagen.

Ik weet het voorzitter, ik heb de schijn tegen. Ik hoor u allen al denken: de Partij voor de Dieren, die zijn sowieso tegen het doden van dieren. Toch hoop ik dat u naar mijn argumenten zult luisteren.

Er is mij geen onderzoek bekend dat aantoont dat het doodschieten van een paar dieren de verjagingactie succesvoller maakt. De dieren vluchten, ook als je ze verjaagt zonder te doden. Het doel is en blijft verjaging en niet het doden. Het doden zonder dat het een redelijk doel dient, is zinloos en niet te rechtvaardigen.
Ook constateer ik dat wilde eenden en spreeuwen betrekkelijk weinig schaden veroorzaken.
Ik heb het voor u opgezocht: in 7 jaar tijd is er voor € 6428,00 schade door spreeuwen aangericht waarvan de laatste 2 jaar de teller zelfs op nul is blijven steken. Bij de wilde eend was dat in diezelfde periode van 7 jaar gemiddeld 16 duizend euro, waarvan in het laatste jaar slechts 214 euro.

En dan het meest principiële argument: het doden van dieren moet altijd maatwerk zijn. Dit vindt de gedeputeerde ook, getuige zijn woorden in de commissie WAMEN.
Dat brengt ons bij het eerder genoemde artikel 4.
Ik breng u in herinnering dat de in artikel 4 genoemde vrijstelling betekent een vrijstelling op het algemene verbod tot het doden van dieren, omdat die dieren belangrijke schade zouden aanrichten. Dat heeft niets met maatwerk te maken.
In de toelichting van deze voordracht wordt nota bene opgemerkt dat ontheffingen de voorkeur verdienen (boven een vrijstelling) omdat per geval de afweging gemaakt kan worden of het doden van dieren echt onvermijdelijk is. Ik vind het daarom onbegrijpelijk dat de gedeputeerde tegen zijn eigen uitgangspunt in komt met het voorstel tot vrijstelling, terwijl in geval van ernstige schade een ontheffing kan worden gegeven.

U kunt van ons, van de Partij voor de Dieren, niet verwachten dat wij steun geven aan een voorstel dat onnodig doden van dieren mogelijk maakt. Zonder artikel 4 kunnen wij het voorstel wel steunen, daarom dienen wij, samen met de Socialistische Partij, het volgende amendement in:

Provinciale Staten besluiten:
- artikel 4 van de conceptverordening te schrappen en daarmee geen vrijstelling te verlenen voor het doden van dieren;
- artikel 5 als volgt te wijzigen:
schrappen in lid 3: `/of doden van schadesoorten uit de bijlagen 3 en 4’
schrappen de leden 5 t/m 9
schrappen in lid 11: `en 4’
schrappen de leden 13 en 14
en gaan over tot de orde van de dag.

Tot slot voorzitter, een vrijstelling van het verbod op het doden van dieren gaat over leven en dood. Daar moeten we niet lichtzinnig mee omgaan. Gedeputeerde Staten vragen ons om hen de bevoegdheid te geven om diersoorten toe te voegen aan de lijst van vrijstellingen. Dat betekent dat Gedeputeerde Staten alle dieren zonder tussenkomst van de Staten op een dodenlijst kunnen zetten. Die bevoegdheid vragen GS niet als zij denken daar geen gebruik van te maken.
Ons wordt gevraagd om daar nú al carte blanche voor te geven.
De Partij voor de Dieren zegt daar ‘Neen’ tegen!

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer