Bijdrage Begroting RWK


25 oktober 2021

Allereerst, voor ik met een vijftal vragen kom:

Experts laten zien dat we de klimaatcrisis en biodiversiteitscrisis in samenhang moeten aanpakken, omdat we anders geen van beide oplossen en de kosten aan het einde van de rit alleen groter zullen uitpakken. De energietransitie en landbouwtransities bieden bijvoorbeeld ook kansen om biodiversiteit te versterken.

Met de Bossenstrategie en Veenweidestrategie wordt geïnvesteerd in de versterking van de biodiversiteit. In samenhang hiermee loopt het Masterplan Biodiversiteit. Dat vinden wij een mooie constatering, maar wij hopen dat ook hierbuiten genoeg aandacht (en dus middelen) voor dit onderwerp blijft.

Biodiversiteit en natuurinclusiviteit zijn bijvoorbeeld niet een direct doel van het programma OV-knooppunten, maar wel volgens het memorie van antwoord een meekoppelkans. Dat klinkt als zelfs minder dan een koppelkans, wat ook al een vrij vaag begrip is. U zult tijdens de PS-vergadering merken dat wij dit soort termen vaak zien om dingen niet direct op te pakken. Wij gaan u daar wijzen op de urgentie van bepaalde zaken en de rol die terminologie speelt bij het afvlakken van de urgentie voor maatregelen op het gebied van klimaat en biodiversiteit. Wordt vervolgd op 8 november…

Gelukkig is er, hoewel in kleine stappen wel een positieve ontwikkeling waarneembaar

De Provincie zegt vanuit een stimulerende rol te streven naar het zoveel mogelijk vergroenen van deze knooppunten, wat zowel bijdraagt aan klimaatadaptatie, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid, als aan natuur inclusief bouwen en biodiversiteit. Zo wil ze bijvoorbeeld bij een aantal knooppunten haar doelstellingen verbinden aan het Landschapsplan voor het Spoor (ProRail-Spoorbeeld). Het groen langs het spoor gaat dan over in het groen van het station.

  1. Vraag aan GS: Waarom bij een aantal knooppunten en niet bij alle OV-knooppunten die aangepakt worden in het programma?

In de begroting wordt gesteld dat natuur en landschap dynamisch zijn, (soms) onvoorspelbaar en dat hun ontwikkeling wordt bepaald door vele factoren die buiten de directe provinciale beïnvloedingssfeer liggen, zoals klimatologische ontwikkelingen, weersomstandigheden, de ontwikkeling van dieren- en plantenpopulaties en sociaal-economische ontwikkelingen.”

In antwoord op een van onze vragen wordt echter aangegeven dat provinciale beleidsinspanningen wel allicht een beperkt effect kunnen bereiken en dus niet geheel buiten de directe invloedsfeer liggen. Deze discrepantie zou kunnen worden ondervangen door te stellen dat de ontwikkeling van natuur en landschap GROTENDEELS wordt bepaald door vele factoren die buiten de directe provinciale beïnvloedingssfeer liggen.

2. Vraag: Is GS bereid dit aan te passen? Eventueel overwegen wij een amendement.

    De Provincie stelt verder in de begroting door te gaan met het stimuleren van het vergroenen van bebouwd gebied door natuurinclusief bouwen. En daarbij in te zetten op natuurinclusieve woonwijken en bedrijventerreinen.

    Maar uit het memorie van antwoord blijkt dat het niet bekend is hoeveel van deze woonwijken en/of bedrijventerreinen er ondertussen bij zijn gekomen, omdat de gemeenten hiervoor bevoegd gezag zijn.

    3. Vraag aan GS: Is het niet verstandig wanneer men iets stimuleert om zich te vergewissen van het effect hiervan? Zonder monitoring is het namelijk niet mogelijk om beleid te evalueren en eventueel bij te stellen.

      Dan voorzitter, Methaan is, na CO2, verreweg het belangrijkste broeikasgas waarvan door toenemende hoeveelheid de wereldwijde opwarming van het klimaat wordt veroorzaakt.

      Het dashboard Energietransitie in Noord-Holland geeft een beeld van de uitstoot van overige broeikasgassen waaronder methaan. De laatst bekende cijfers dateren van 2018.

      4. Vraag aan GS: wanneer worden deze cijfers geactualiseerd?

        Volgens het Actieprogramma Klimaat is het verdelen van de lusten en lasten een aandachtspunt, gelet op het maatschappelijk draagvlak en de financiële consequenties. In MRA verband wordt onderzoek gedaan naar energie-armoede. PNH heeft geen beleid op dit gebied, omdat dit onderwerp onderdeel is van het gemeentelijk sociaal domein. De Provincie ondersteunt gemeenten via het Service Punt Duurzame Energie met kennis en informatie over hoe gemeentes ondersteuning kunnen bieden op het gebied van energie-armoede.

        5. Vraag aan GS: kan de provincie hierin wellicht een meer coördinerende en faciliterende rol nemen?