Algemene Beschou­wingen Begroting 2011


9 november 2010

EERSTE TERMIJN

Voorzitter,

Zover is het dus gekomen! De wereldwijde biodiversiteitscrisis is zo ernstig dat briljante wetenschappers, politieke leiders, eco-activisten en religieuze goeroes ons niet tegen onszelf kunnen beschermen. Het leger is machteloos. Er is misschien nog één laatste hoop voor leven op Aarde: accountants!

Dit schreef Jonathan Watts 28 oktober met gevoel voor humor in de Engelse kwaliteitskrant de Guardian. Wie aan accountants denkt, denkt niet meteen aan natuurbescherming. Ten onrechte. Want hoeveel intrinsieke waarde we ook toekennen aan gras, dieren en oerwoud, als het gaat om het beschermen daarvan, gaat het om geld. Zoals Bill Clinton ooit zei: It’s the economy, stupid! Daarom spreekt de partij voor de Dieren vandaag bij de Algemene Beschouwingen bij de begroting 2011 over de economie.

“De kerntaken van provincies liggen op de gebieden ruimte, economie en natuur,” aldus het nieuwe kabinet. Mooi. Want volkomen ten onrechte worden natuur en economie meestal gezien als tegengestelde belangen. Zegt u nu zelf: Hoe vaak hebben we onze gedeputeerde economie een warm pleidooi horen houden over natuur? Maar we gaan hem vandaag helpen. Met argumenten!

Een citaat uit het boek “Wild van de Economie” geschreven door Tom Bade en anderen:
“Economie is ecologie, maar dan verkeerd gespeld.”
Voorzitter, het boek is niet een mooi verhaal van bomenknuffelaars. Er staan harde cijfers, harde euro’s bij.
Ik neem u, figuurlijk, even mee op een wandeling in het bos. Dat is een rustgevende, maar soms toch wat inspannende ervaring. Je zou er honger van krijgen.
Wat let ons? Een hapje of een drankje bij een plaatselijke uitspanning is zo besteld - je bent tenslotte een dagje uit. Daar heeft Connexxion, de NS, de fietsenmaker of desnoods Shell ook nog eens aan verdiend.
Door het bos lopen vergt wel wat van je schoenen, stevige wandelschoenen zijn aan te raden. Al met al levert zo’n eenvoudig wandelingetje de lokale economie toch aardig wat op. Zeker als er wilde dieren te zien zijn. Dan komen er méér wandelaars kijken naar herten of zwijnen. En wie nog meer wil genieten of nagenieten neemt een verrekijker of een camera mee.

Niet alleen de lokale restaurants profiteren dus van de wandelaars, ook hotels mogen zich verheugen op extra gasten. Zelfs het lokale congrescentrum weet zich verzekerd van meer klandizie. Het is duidelijk dat de natuur in de omgeving bijdraagt aan de lokale economie, maar hoeveel? Maar heeft u enig idee om hoeveel het gaat?...................
Het bureau Triple E berekende voor de Veluwe een indrukwekkende € 100 miljoen per jaar!

Op basis van die berekening schatte de Dierenbescherming onlangs dat de damherten in de Amsterdamse waterleidingduinen een toegevoegde waarde hebben van € 5 miljoen per jaar. En wij denken dat het hier gaat om een lage schatting. Op de Veluwe wordt immers gejaagd, waardoor er relatief niet alleen minder dieren zijn, maar die dieren zijn schuwer en dus veel minder zichtbaar.
Mensen willen graag dieren zien en zijn bereid daar flink voor te betalen. Denk maar aan de dierentuinen, waar slechts een afgeleide van het echte werk te zien is.

In de Amsterdamse Waterleidingduinen kan je met het grootste gemak prachtige wilde dieren zien in hun eigen omgeving, zonder dat ze door jacht onnatuurlijk schuw zijn gemaakt.
Dit zijn ook economische baten. Maar hoeveel, dat kunnen we niet precies duiden. Daarom roepen wij met een motie Gedeputeerde Staten op om dit in kaart te brengen. Dan ligt alle informatie op tafel als er beslissingen moeten worden genomen.


Het dictum luidt:
PS verzoeken GS te onderzoeken welke economische baten kunnen worden toegeschreven aan de aanwezigheid van de populatie wilde damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen;
en gaan over tot de orde van de dag.

Bij baten van natuur zijn wij snel geneigd te denken aan recreatie en horeca in de omgeving. Maar de Verenigde Naties hebben het groter aangepakt: De afgelopen 3 jaar is er over de hele wereld hard gewerkt aan The Economics of Ecosystems and Biodiversity (TEEB). De economie van ecosystemen en biodiversiteit dus. Dit VN-rapport richt zich niet alleen tot de Rijksoverheid, maar ook tot decentrale overheden. En terecht, want in Nederland gaat de provincie over economie en natuur.

Voorzitter, we slaan even een ander pad in; blijft u nog even bij ons?
Waarom zijn er milieuproblemen? Een klassiek voorbeeld is The Tragedy of the Commons beschreven door de controversiële ecoloog Garret Hardin.
Stelt u zich de commons voor als een weiland dat door iedereen kan worden gebruikt. Elke boer kan er schapen laten grazen. Het gebruik van het weiland kost de boer niets en de schapen geven hem wol.
Als de boer een extra schaap op dit weiland laat grazen dan levert dat meer wol op. Het weiland raakt daardoor wel iets meer begraasd. Die extra begrazing gaat ten koste van het weiland. Dat weiland is van de gemeenschap en de kosten daarvoor worden door iedereen gedragen. De extra begrazing kost de individuele boer dus weinig tot niets.
Elke boer heeft dus een voor zichzelf economisch gezond motief om steeds meer schapen te laten grazen. Als gevolg hiervan zullen er teveel schapen grazen en kan het gras niet herstellen. Wat overblijft is een tragedie: een kale, dorre vlakte waar geen schaap meer kan grazen.
De oorzaak is dat de kosten van overbegrazing niet bij de veroorzaker komen te liggen, maar bij iedereen. Je zou kunnen zeggen: De vervuiler betaalt dus niet.

Er zijn verschillende oplossingen voor dit probleem. Maar vóór er een oplossing kan worden bedacht, moet duidelijk zijn wat dit weiland aan ecosysteem-diensten levert en hoeveel die waard zijn. Pas dan kunnen de kosten van begrazing aan de gebruiker worden doorberekend.

Dit is precies waar de VN voor pleit. Eerst ecosysteemdiensten in kaart brengen. Een voorbeeld:
Een mangrovebos in Vietnam. U weet wel, bossen die in zout water groeien langs de kust. Dit bos van 12.000 hectare is deels beschermd en deels aangeplant nadat het was vernietigd. De dienst die het ecosysteem van dit bos levert, is onder meer het beschermen van het achterland tegen erosie door golfslag.
De waarde van deze ecosysteemdienst is becijferd. In dit geval scheelde het bos 7 miljoen aan dijkonderhoud: de kosten voor het bos waren slechts 1 miljoen dollar. Dit blijkt dus een heel profijtelijke manier te zijn om de kust te beschermen.

Vaak weegt de winst van het kappen van het regenwoud lang niet op tegen het voordeel van het behouden regenwoud op lange termijn. Voor de grondeigenaar kan dat anders liggen en wordt er voor korte termijn individuele economische belangen een slechte keuze gemaakt. Voor overheden, ook decentrale overheden, ligt hier een taak, althans volgens de VN. Verdere regulering is in ieders voordeel. Zo kan er met visserij 50 miljard meer worden verdiend, als er een goed quotumsysteem wordt ingesteld en gehandhaafd. Hiermee wil ik niet pleiten voor het vangen van meer vis, maar het gaat erom dat ecosystemen economische activiteiten mogelijk maken of in stand kunnen houden. Daarvoor,is het wel noodzakelijk dat de natuurlijke grenzen van de ecosystemen worden gerespecteerd.

De Verenigde Naties roepen ook lagere overheden op om drie stappen te ondernemen.
Stap 1:Breng allereerst de ecosysteemdiensten in kaart. Benoem de gebieden en welke economische activiteiten ze genereren. Denk aan producten, zoals hout en drinkwater, maar ook aan activiteiten als het zuiveren van lucht en afvalwater, opslag van CO2, het voorkomen van erosie, het verspreiden van pollen, recreatie, het behouden van genetische diversiteit.
Het is teveel om op te noemen en het lijkt allemaal gratis. Maar als we er geen waarde aan toekennen, geen prijs opplakken, gaat het verloren.
Daarom volgt stap 2: Bereken de waarde van de ecosysteemdiensten van een bos of het strand.
En dan volgt de derde stap, maar die is voor later: Ontwikkel beleid om die waarde in marktwaarde om te zetten. Maar zover zijn we nog lang niet.

Voorzitter, het gaat niet om kinderachtige bedragen. De VN berekent de baten van biodiversiteit en ecosystemen tussen de 2,5 en 4 triljoen dollar per jaar! Maar ecosystemen verdwijnen en de biodiversiteit neemt sterk af. Die trend ombuigen is geen linkse hobby of luxe, maar een bittere economische noodzaak.

Noord-Holland wordt door onze bestuurders altijd als de meest diverse en mooiste provincie aangeduid. Maar wat levert dat nu op? En hoe zouden we er meer aan kunnen verdienen? Meer promotie is een veel gehoord antwoord. Dat kan, maar investeren in meer natuur kan ook! Daarvoor is het wel nodig om in kaart te brengen waar de kansen liggen en wat de huidige natuur bijdraagt aan de economie. Wij stellen het college met de volgende motie voor dat uit te zoeken:

PS verzoeken GS de ecosysteemdiensten in Noord-Holland in kaart te brengen en deze te kwantificeren volgens de methode van de Verenigde Naties (TEEB);
en gaan over tot de orde van de dag.

Na deze algemene beschouwingen richt ik me op de begroting. We zien een bezuinigingsslag waar we bij de behandeling van de Kaderbrief al het nodige over hebben gezegd. Er zitten of zaten bezuinigingen bij op kerntaken, zoals Openbaar vervoer, Landschap Noord-Holland en de Milieufederatie. Of er wordt gekort op heel nuttige instrumenten om provinciale doelen te bereiken, zoals de promotie van biologische landbouw en Natuur en Milieueducatie. Instellingen die goed werk doen, die wellicht beter door de gemeenten aangestuurd en gefinancierd zouden kunnen worden, moeten nu een gedwongen landing maken. Van een zachte landing is geen sprake; het is een crash, zodat er voor de gemeenten weinig valt over te nemen. Dat het anders en beter kan laat de SP zien in haar tegenbegroting en ik wil even zeggen dat wij deze constructieve manier van oppositie voeren waarderen.

Tot slot voorzitter, het kan nodig zijn om de provinciale belastingen te verhogen door het beleid dat uit Den Haag over ons wordt uitgestort. U vindt ons aan uw zijde, met uw opmerking dat 25% geen efficiencykorting is. Willen wij nog goed natuurbeleid kunnen maken dan is wellicht verhoging van opcenten op de motorrijtuigenbelasting te overwegen. Maar nu nog niet.
Wij zijn er niet op uit de autoleasebedrijven uit onze provincie te verjagen.
We zijn met onze opcenten de goedkoopste provincie. Waarom eigenlijk nog? Als we onze opcenten gelijk trekken met de op één na goedkoopste provincie is er voor de leasemaatschappijen geen enkele prikkel om onze provincie te verlaten. Ze zijn nergens goedkoper uit. En er zijn inmiddels zoveel leasemaatschappijen, dat er niet veel nieuwe bij zullen komen. Dus daarvoor hoeven we ook niet de goedkoopste te blijven. Maar: meten is weten en daarom tot slot deze motie:

PS verzoeken GS de effecten in kaart te brengen van eventuele verhoging van de opcenten Noord-Holland tot het niveau van de opcenten in de provincie die thans het op één na laagste opcententarief hanteert, met bijzondere aandacht voor de autoleasebedrijven.
En gaan over tot de orde van de dag.

Dank u wel.

TWEEDE TERMIJN

Voorzitter,

Allereerst trekken wij onze motie over de opcenten in. Wij hebben gedeputeerde Post goed gehoord dat er geen effect op autoleasebedrijven te verwachten valt bij een verhoging van de opcenten naar een niveau gelijk aan de nu één na laagste provincie. Wij hadden dit controversieel ingeschat, maar met de verklaring van GS is de motie overbodig.

De reactie van gedeputeerde Bond op onze motie vind ik onder de maat en doet geen recht aan ons voorstel. Onfatsoenlijk hoe met onze positieve voorstellen wordt omgegaan. Dat de gedeputeerde weinig op heeft met dieren heeft hij al laten zien met zijn voorstellen om te investeren in Life Science Amsterdam, inclusief dierproeven, viskwekerijen, zelf als ze al op de rand van het faillissement staan, en planologisch ruimte te maken voor megastallen.
Het negatieve advies over onze motie wordt gesteund door 2 argumenten: geen dekking en het is grondgebied van Amsterdam. Dan heb ik nieuws voor de gedeputeerde: Amsterdam, en haar duinen, liggen in Noord-Holland. En als de gedeputeerde alleen beleid wil maken voor de gronden waar de provincie eigenaar is dan moet hij zich beperken tot het gebied waar vroeger het Wieringerrandmeer was gepland. Ik maak bezwaar tegen deze flinterdunne onderbouwing. De provincie Gelderland heeft wel meegewerkt aan het in beeld brengen van de economische waarde van in het wild levende dieren. Het kan dus wel en een andere provincie is ons al voorgegaan. De kosten zijn ook niet dusdanig dat het niet uit het flora en faunabudget zou kunnen.

Uit het voorgestelde onderzoek zou kunnen blijken dat wilde dieren in de duinen zoveel economische waarde toevoegen, dat de heer Bond niet op de dieren kan laten schieten.

Door onze motie te ontraden doet hij de economie, en vooral de ondernemers die hun geld verdienen rond de duinen, ernstig tekort.

Dat het in kaart brengen en kwantificeren van ecosysteemdiensten nog niet veel beleid heeft gewijzigd is niet zo vreemd gezien dat het nog in de kinderschoenen staat. De VN heeft haar onderzoek pas afgerond. Juist door uitvoering aan de motie te geven zou de gedeputeerde wel beleid kunnen verbeteren, want meten is weten. De gedeputeerde zet het werk van de VN wel heel gemakkelijk opzij. Dat de provincie hiertoe niet geëquipeerd is en dat er grotere problemen zijn is een politieke keuze en wij betreuren de keuze van GS. Al delen wij de zorg over het destructieve natuurbeleid van dit kabinet.

Wij roepen het college op nog eens goed naar onze voorstellen te kijken en dan zonder de bedoeling om het zo snel mogelijk af te serveren.

Dank u wel.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer