Aflasting Willem Arondéuslezing


9 mei 2011

Voorzitter,

Niet voor het eerst, en ik vrees ook niet voor het laatst, schaam ik mij als lid van Provinciale Staten.

De afgelasting van de Willem Arondéuslezing werd, naast het beroep op het (partij)-politieke karakter, zelfs zo gemotiveerd - ik citeer - :
“De andere drie leden van de werkgroep zijn inmiddels geen Statenlid meer. Dus alleen mijn VVD-collega en ik zouden de te verwachten rel over ons heen krijgen. Daar hadden wij geen trek in.”
Op zijn minst een ongelukkige uitspraak in het kader van een lezing ter ere van een gefusilleerde verzetstrijder.

De gang van zaken rond de Arondéuslezing dit jaar is een opeenstapeling van miscommunicatie en verkeerde beslissingen en - erger nog - geregeerd door angst. Als je een spreker als Thomas von der Dunk uitnodigt, zijn lezing over het taboe op de oorlog gaat, dan moet je niet verrast zijn als zijn lezing óók over de PVV gaat. Maar de lezing gaat over de rechtstaat, daar had ook het debat over moeten gaan, zonder het openbare debat te schuwen. In die zin was het verstandig geweest om bij de inleiding van de lezing te benadrukken dat de inhoud van de lezing voor rekening van de spreker is en dat Noord-Hollandse Statenleden het debat daarover niet schuwen. Dát was een wijs besluit geweest, ook met de kennis van toen.
De lezing aflassen is iemand zijn podium afnemen om zijn mening te verkondigen. Dat is het beperken van de vrijheid van meningsuiting. De Partij voor de Dieren komt op voor de stemlozen in de maatschappij en geven die een stem. Wij kiezen de kant van de zwakkeren tegen de macht van de sterkeren. Dat is precies wat opkomen voor de vrijheid van meningsuiting is. De kans voor de zwakkeren om verzet te uiten tegen de macht. Elke machthebber, democratisch of niet, komt in de verleiding om zich af te sluiten voor kritiek. Dat maakt dat de stemmen van de minderheid niet gehoord worden. Als partij die mededogen en vrijheid als 2 grote inspiratiebronnen heeft komen wij op voor het vrije woord.
Overigens vinden wij de vrijheid van meningsuiting niet ongelimiteerd, aanzetten tot haat en discriminatie moeten verboden blijven. Buiten dat, mag beledigen wel, al zijn wij er zelf fel tegenstander van.

En, nergens in het mandaat van de commissie staat dat de lezing niet (partij)politiek van aard mag zijn. De Partij voor de Dieren begrijpt niet waar dat argument ineens vandaan komt. Kan de commissie uitleggen waar dat verbod vandaan komt?

Het mag duidelijk zijn dat volgens de Partij voor de Dieren de lezing gewoon door had moeten gaan.

Daarbovenop had de verkeerde beslissing natuurlijk nooit als een besluit van de hele commissie naar buiten mogen worden gebracht, als niet de hele commissie daar achter staat. En als dat dan al door een miscommunicatie toch gebeurt, dan is een correctie daarop gerechtvaardigd. Dat dit niet op briefpapier van de provincie mocht is kinderachtig.

Hebben de werkgroepleden van CDA en VVD zich laten adviseren door hun fractievoorzitters en is er eveneens met de Commissaris van de Koningin gesproken? Wat was het advies van deze drie voorzitters en hoe moet ik dat rijmen met het persbericht van GS, waar zij zeiden achter te staan? Wat hebben zij eerder ondernomen om de vrijheid van meningsuiting te bewaken?

Het college vraag ik waarom zij een persbericht heeft uitgedaan. De Arondeuslezing is immers een verantwoordelijkheid van PS, en niet van GS.

Ik eindig met een vrolijker noot. Het doel van de Willem Arondéuslezing is de kennis en de betekenis van Willem Arondéus onder de inwoners van Noord-Holland te vergroten. Dat is dit jaar uitstekend gelukt.

Dank u wel.


U kunt het debat terugzien via deze link.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer