Actieve mobi­liteit en regionaal toekomst­beeld fiets


14 juni 2021

Weer een lootje aan de provinciale mobiliteitsboom. We hebben de laatste twee maanden slimme mobiliteit, duurzame mobiliteit en actieve mobiliteit voorbij zien komen. En ik moet u eerlijk zeggen dat het mij een beetje begint te duizelen. Het is best lastig om als huis-, tuin- en keukenvolksvertegenwoordiger grip te krijgen op alle notities, visiedocumenten, actieprogramma’s en andere stukken over alle subonderdelen van het provinciale mobiliteitsbeleid. Ik verlang wel eens naar een constructief debat over de hoofdlijnen van het mobiliteitsbeleid, waarin we nou eens echt kunnen spreken over op welke wijze en in welke mate we nu en in de toekomst de mobiliteitsbehoefte van de Noord-Hollanders willen faciliteren. Gezien de eerder besproken financiën kunnen keuzes op dit niveau de komende jaren wel eens meer de agenda gaan bepalen dan alle specialistische dossiers. Maar dit terzijde…

En natuurlijk: de Partij voor de Dieren is een voorstander van het bevorderen en ondersteunen van alle vormen van actieve mobiliteit. Niet alleen omdat het schoner, gezonder en over het algemeen veiliger is, maar ook voor wat betreft het ruimtebeslag. Dat wordt vaak nog wel eens onderbelicht gelaten, maar dat lijkt nu eindelijk volwaardig erkend te worden. In de stukken staat een mooi voorbeeld van het ruimtebeslag van 100 weggebruikers, per auto, fiets en te voet. Die foto spreekt wat mij betreft boekdelen.

Ik wil tot slot twee punten inbrengen naar aanleiding van het Regionaal Toekomstbeeld fiets (we mochten tenslotte dingen meegeven):

In de Uitwerking naar het Regionaal Toekomstbeeld Fiets wordt gewerkt aan uitgebreid en interactief kaartmateriaal voor routes en fietsenstallingen bij stations. Mijn vrees gezien het kaartmateriaal in deze versie (hoe globaal ook) is dat:

  1. Het centrale gebied Laag Holland lijkt (ook gezien de vorige keer dat we over fietsmobiliteit spraken in deze commissie) gespeend te blijven van doorfietsroutes. Er lijkt een soort vierkant te zijn met allerlei fiets- en treinverbindingen tussen Alkmaar, Hoorn, Amsterdam en Haarlem. Maar van Alkmaar naar Amsterdam op de elektrisch fiets wil je niet via Hoorn of Haarlem. Ik zou het verstandig achten om ook daar goed naar te kijken, mede omdat de techniek doorontwikkelt en het overbruggen van fysieke afstanden steeds minder tijd vergt. Bovendien versterkt dit ook de recreatieve netwerken in het gebied.
  2. In het verlengde daarvan pleit ik ook voor een rol voor kleinere stations als bijvoorbeeld Purmerend waar op de fiets/treincombi een belangrijke rol kan spelen. Een goed overstappunt in deze regio kan de verkeersdruk op de A7 doen afnemen. En ik kan me voorstellen dat zoiets in de Kop of het Gooi ook kan bijdragen aan een betere spreiding van mobiliteit.