Vragen over voorstel Unie van Water­schappen tot verhoging belasting natuur­be­heerders


drs. L.D. Vermaas, A.E. van Liere (Partij voor de Dieren), J.M.E. de Groot (SP) en F.J. Kramer (GroenLinks)

Aan de leden van Provinciale Staten van Noord-Holland

Datum ingekomen vragen : 8 oktober 2018 Datum GS-besluit: : 6 november 2018

Vragen nr. 116

Vragen van mevrouw drs. L.D. Vermaas en de heer A.E. van Liere (Partij voor de Dieren), J.M.E. de Groot (SP) en F.J. Kramer (GroenLinks) over voorstel Unie van Waterschappen tot verhoging belasting natuurbeheerders

De voorzitter van Provinciale Staten van Noord-Holland deelt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 45 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van Provinciale Staten mede, dat op 8 oktober 2018 door de leden van Provinciale Staten, mevrouw drs. L.D. Vermaas en de heer A.E. van Liere (Partij voor de Dieren), J.M.E. de Groot (SP) en F.J. Kramer (GroenLinks), de volgende vragen bij Gedeputeerde Staten zijn ingekomen.

INLEIDING VRAGEN

Na de publicatie van het rapport Water governance in the Netherlands: fit for the future? van de Organisatie voor Economische Ontwikkeling en Samenwerking (OESO) in 2014 gaf de minister van Infrastructuur en Milieu de opdracht tot een onderzoek naar de toekomstbestendigheid van de financiering van het waterbeheer. Naar aanleiding hiervan liet de Unie van Waterschappen (UvW) de commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB) onderzoek doen naar de houdbaarheid en een aantal knelpunten van het belastingstelsel van de waterschappen.

Op 15 juni jl. heeft de UvW het definitieve rapport toegezonden van de CAB aan de Vereniging van Bos- en Natuureigenaren (VBNE). Het rapport is vergezeld van voorstellen van het bestuur van de Unie tot aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen, welke goeddeels zijn gebaseerd op het bedoelde rapport. De hoofdopdracht voor het onderzoek van de CAB luidde om een voorstel te maken voor een toekomstbestendig belastingstelsel dat uitlegbaar, transparant, robuust, rechtvaardig, maatschappelijk gedragen, eenvoudig uit te voeren en doelmatig is. De voorstellen leiden tot een plotse en drastische verhoging van de waterschapslasten voor natuur, hetgeen de financiële draagkracht van bos- en natuureigenaren ernstig onder druk zet.

VRAGEN INCLUSIEF BEANTWOORDING GEDEPUTEERDE STATEN

ALGEMEEN:

De Unie van Waterschappen heeft een aantal wijzigingsvoorstellen opgesteld, op basis van de Waterschapswet. Als eigenaar en beheerder van (natuur)terreinen beoordelen wij ook deze voorstellen. Daarbij hebben we oog voor de effecten die de voorstellen met zich meebrengen en kijken we naar de relatie tussen de maatregelen en de principes die benoemd zijn als uitgangspunt voor de wijziging in het belastingstelsel.

Vraag 1: Drie jaar geleden zijn alle natuurgebieden in de categorie ‘natuur’ terecht gekomen. In de nieuwe opzet worden de natuurgebieden naar de categorie ‘onbebouwd’ overgeheveld. Is het waar dat daarmee natuurgronden voor de belasting gelijkgesteld worden aan landbouwgronden?

Antwoord 1: Omdat de voorstellen nog niet definitief zijn en de Unie van Waterschappen inmiddels een aangepast voorstel aan haar leden heeft gestuurd, kunnen wij nog geen uitspraken doen over de uiteindelijke effecten. Overigens delen wij uw zorgen en brengen wij deze over aan de Unie van Waterschappen. Wij volgen de verdere ontwikkelingen nauwgezet.

Vraag 2: Bent u het met ons eens dat landbouw een economische activiteit is en dat natuur beheren niet een vergelijkbare economische activiteit is?

Antwoord 2: Ja, dit zijn wij met u eens.

Vraag 3: De CAB concludeert: “…bij de waterschappen heerst hierover [de bijdrage van de categorie natuur] veelal de opvatting dat die bijdrage op dit moment niet in verhouding staat tot het belang van de categorie en de kosten die voor de categorie worden gemaakt.” Maar de kosten die waterschappen voor de categorie natuur maken, betreffen vrijwel altijd maatregelen die een slechte onnatuurlijke toestand in het watersysteem herstellen of te niet doen. Bent u het met ons eens dat de natuurbeheerders niet als vervuiler van het watersysteem moeten worden aangemerkt?

Antwoord 3: Ja, in beginsel zijn wij dit met u eens. Per gebied kan dit wel verschillen.

Vraag 4: De OESO-studie concludeert ook dat de economische prikkels om om te gaan met ‘te veel’, ‘te weinig’ en ‘te vervuild’ water versterkt kunnen worden en dat de vervuiler ook echt moet gaan betalen.1 Bent u het met ons en de OESO eens dat het idee van ‘de vervuiler betaalt’ sterker en consequenter kan worden toegepast dan in de nu voorgestelde opzet?

Antwoord 4: Zie ons antwoord op vraag 1.

Vraag 5: Bent u het met ons eens dat het principe ‘de vervuiler betaalt’ niet kan leiden tot een hogere belasting voor de natuurbeheerders, die niet vervuilen?

Antwoord 5: Zie ons antwoord op vraag 1.

Vraag 6: De natuurbeheerders krijgen subsidie van de provincie om het beheer van natuur uit te voeren. Deze subsidie is niet kostendekkend. Een verhoging van de belasting door de waterschappen heeft een negatief effect op de financiële positie van onze subsidiënten. Dit kan gevolgen hebben voor de kwaliteit van het natuurbeheer. Deelt u de zorgen over de verhoging van de belasting op natuur?

Antwoord 6: Ja, zie onze beantwoording van vraag 1.

Vraag 7: Onlangs besloot Provinciale Staten om meer geld in handhaving in natuurgebieden te steken om de natuur open te houden. Bent u het met ons eens dat provinciale investeringen in handhaving niet bedoeld zijn om de belastingverhoging van de waterschappen op natuur uit te financieren? ((of: … mee te compenseren?))

Antwoord 7: Ja, dit zijn wij met u eens.

Vraag 8: Bent u bereid de Unie van Waterschappen onze en uw zorgen over te brengen en hen te verzoeken een betere en eerlijker systematiek door te voeren?

Antwoord 8: Ja, zie onze beantwoording van vraag 1.

BEANTWOORDING GEDEPUTEERDE STATEN
ALGEMEEN:
De Unie van Waterschappen heeft een aantal wijzigingsvoorstellen opgesteld, op basis van de Waterschapswet. Als eigenaar en beheerder van (natuur)terreinen beoordelen wij ook deze voorstellen. Daarbij hebben we oog voor de effecten die de voorstellen met zich meebrengen en kijken we naar de relatie tussen de maatregelen en de principes die benoemd zijn als uitgangspunt voor de wijziging in het belastingstelsel.

Antwoord 1: Omdat de voorstellen nog niet definitief zijn en de Unie van Waterschappen inmiddels een aangepast voorstel aan haar leden heeft gestuurd, kunnen wij nog geen uitspraken doen over de uiteindelijke effecten. Overigens delen wij uw zorgen en brengen wij deze over aan de Unie van Waterschappen. Wij volgen de verdere ontwikkelingen nauwgezet.

Antwoord 2: Ja, dit zijn wij met u eens.

Antwoord 3: Ja, in beginsel zijn wij dit met u eens. Per gebied kan dit wel verschillen.

Antwoord 4: Zie ons antwoord op vraag 1.

Antwoord 5: Zie ons antwoord op vraag 1.

Antwoord 6: Ja, zie onze beantwoording van vraag 1.

Antwoord 7: Ja, dit zijn wij met u eens.

Antwoord 8: Ja, zie onze beantwoording van vraag 1.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer