Vragen over het falende ganzen­be­strij­dings­beleid


Vraag 1:

Deelt u de constatering van SOVON dat het aantal ganzen een consequentie is van de manier waarop de landbouw bedrijven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 1:

Ja, dat is één van de factoren die hierbij meespeelt. Het feit dat Noord-Holland een waterrijke provincie is en de wijziging van de wet in 2002, zijn andere belangrijke oorzaken. Daarnaast spelen klimaatverandering en aangepast (vliegroute) gedrag door ganzen dat hiervan het gevolg is, ook een rol.

Vraag 2:

Ontkent u dat door de verandering in grondgebruik de gans te weren is van de omgeving Schiphol? Zo nee, waarom boekt u geen resultaten op het type grondgebruik rond de luchtha-ven, zoals het realiseren van grootschalige zonne-akkers of ander gebruik dat ganzen aantrekt?

Antwoord 2:

Dit ontkennen wij niet. Daarom bestaat er, gefinancierd door het ministerie van I&M, al vele jaren een regeling waarbij agrariërs worden gestimuleerd om graanresten in de omgeving van Schiphol onder te werken. Ook voor pachters van onze provinciale gronden geldt deze regeling. Daarnaast onderzoekt Schiphol de mogelijkheden voor teelt van alternatieve gewassen die geen ganzen aantrekken op de gronden rondom de luchthaven. Dit onderzoek volgen wij en wij kij-ken naar de mogelijkheden hiervan op onze eigen gronden. Ook volgen we de onderzoeken van Schiphol naar zonne-opstellingen. Overigens hebben wij recent toestemming gegeven voor gro-te zonneparken in de Groene Hoek.

Vraag 3:

Uw beleid bestaat al 10 jaar voornamelijk uit het bestrijden van ganzen. In die tijd zijn meer dan 400.000 ganzen gedood, is de populatie fors toegenomen, is de schade met een factor 10 toegenomen en is de veiligheid rond Schiphol niet aantoonbaar toegenomen. Kortom, al zijn er veel dieren gedood maar de maatschappelijke doelen die het doden moesten rechtvaardigen zijn niet gehaald. Hoeveel slechter hadden de resultaten moeten zijn om u te bewegen uw be-strijdingsbeleid te herzien?

Antwoord 3:

Wij besluiten niet lichtvaardig tot het doden van dieren. Desondanks kan de bescherming van de belangen, zoals genoemd in de Wet natuurbescherming (waaronder vliegveiligheid), dit noodzakelijk maken. Overigens zijn we het niet met u eens dat de veiligheid rond Schiphol niet toeneemt. Het aantal birdstrikes is sinds 2010, met een uitzondering in 2015, afgenomen. Ten slotte hechten wij veel belang aan preventieve maatregelen. Zo zijn er, om ganzen te weren rondom Schiphol, door de Nationale Regiegroep Vogelaanvaringen (NRV) afspraken gemaakt over de beperking van vogelaantrekkende bestemmingen, maatregelen om het foerageren te beperken en technische maatregelen om vogels te verjagen en te detecteren. Zonder beheer en andere maatregelen zouden de gevolgen voor de vliegveiligheid en de schade aan landbouw nog groter zijn geweest.

Vraag 4:

In mei en juni 2015 zijn een recordaantal van 37.625 ganzen vergast, bovenop een afschot van 72.557 dieren. Daarmee werden er in dat jaar bijna evenveel dieren gedood als er dat jaar ge-teld zijn in de zomer (110.981). Het aantal baankruisingen piekte vlak daarna naar een bijna record hoogte. Deelt u de mening dat dit aantoont dat uw beleid niet werkt? Zo nee waarom niet?

Antwoord 4:

Nee, wij delen uw mening niet. Het grote aantal ganzen in de omgeving Schiphol is een gevolg van meerdere factoren, zoals toegelicht in de inleiding en in ons antwoord op vraag 1. Onze maatregelen en de effecten daarvan zijn beschreven in het antwoord op vraag 3.

Vraag 5:

Wat is uw reactie op het pleidooi van de Dierenbescherming voor een aanpak waarbij goed aan-gestuurde, gecoördineerde verjaging in combinatie met teelt- en habitataanpassingen en op-vanggebieden in zomer en winter, minder dierenleed en minder schade zal opleveren?

Antwoord 5:

Ten aanzien van teelt- en habitataanpassingen en de mogelijkheden hiervan op gronden rond-om Schiphol, zie ons antwoord op vraag 2. In het overleg tussen de provincie en de Faunabe-heereenheid, dat heeft geleid tot een Noord-Hollands Ganzenakkoord, zijn afspraken gemaakt over opvanggebieden. Opvanggebieden in de winter zijn er op dit moment in de vorm van gan-zenfoerageergebieden. Opvanggebieden in de zomer zullen niet leiden tot minder schade en aanzienlijk hogere lasten voor de tegemoetkoming van faunaschade tot gevolg hebben, het-geen ons college ongewenst vindt.

Vraag 6:

Niet alleen het faunabeleid, maar ook het ganzenbeleid is in meerdere faunabeheerplannen verdeeld, met een verschillende looptijd. Dit maakt een integrale evaluatie van beleid niet van-zelf tot stand komt. Vindt u dat een wenselijke situatie?

Antwoord 6:

Ons ganzenbeleid is vervat in de verordeningen en beleidsregels onder de Wet natuurbescher-ming. Deze (vijf) verordeningen zijn op 4 oktober 2016 vastgesteld door uw Staten. Op 6 sep-tember 2016 waren al twee beleidsregels vastgesteld door ons college. Ten aanzien van de fau-nabeheerplannen is ons streven dat de Faunabeheereenheid het ‘Faunabeheerplan Ganzen’ en het ‘Faunabeheerplan Ganzen omgeving Schiphol’ in de toekomst samenvoegt tot één docu-ment. Op dit moment is nog sprake van twee faunabeheerplannen, omdat er voor beide plannen sprake is van andere belangen die de grondslag vormen voor beheer (vliegveiligheid resp. eco-nomische schade aan gewassen), waar ook verschillende onderbouwingen voor nodig zijn.

Vraag 7.

Bent u bereid een integrale evaluatie van het ganzenbeleid zo spoedig mogelijk naar Provinciale Staten te sturen? Zo ja, wanneer verwacht u de evaluatie af te ronden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 7:

Wij evalueren jaarlijks ons ganzenbeleid, via afspraken die wij met de Faunabeheereenheid ma-ken in het kader van de jaarlijkse actualisatie van het Noord-Hollandse Ganzenakkoord. Dit na-jaar zal opnieuw een dergelijke evaluatie plaatsvinden. De conclusies die wij hieruit trekken zullen wij delen met uw Staten.

Vraag 8.

Bent u bereid Provinciale Staten zo spoedig mogelijk in de gelegenheid te stellen om nieuw ganzenbeleid vorm te geven? Zo ja, wanneer kunnen Provinciale Staten een startnotitie ganzen-beleid verwachten? Zo nee, waarom wilt u het hoogste orgaan van de provincie buiten deze gevoelige politieke discussie houden?

Antwoord 8:

Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 6, is ons ganzenbeleid vervat in de verordeningen en beleidsregels onder de Wet natuurbescherming. Aangezien deze documenten eind 2016 zijn vastgesteld en uw Staten hierin een grote rol hebben gespeeld, zien wij nu geen reden om nieuw ganzenbeleid vast te stellen.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer