Vragen over het doden van kolganzen dat zinloos is gebleken


Inleiding

Uit een meerjarige studie van de Radboud Universiteit, SOVON en NIOO (verenigd in het Centre for Avian Population Studies,) gefinancierd door de provincies, blijkt dat een geïsoleerd op provinciale schaal ontwikkeld beleid voor de kolgans niet leidt tot een verlaging van de totale schadebedragen.[1] [2]

Het onderzoek concludeert dat het aantal overwinterende ganzen vanaf 2000 is gestabiliseerd en dat dit vooral komt door verminderd broedsucces. Als er meer ganzen worden afgeschoten leidt dit hooguit tot een lokale afname van de populatie, die vermoedelijk wordt gecompenseerd door meer jongen in de broedgebieden. Verhoogd afschot zal verder niet leiden tot een belangrijke reductie van schade. Sterker nog, extra verjaging (of bejaging) kan leiden tot uitgestelde voorjaarstrek, een grotere voedselbehoefte van de ganzen en dus meer schade.

Vragen

1. Deelt u conclusie dat een geïsoleerd, alleen op provinciale schaal ontwikkeld, beleid niet leidt tot een verlaging van de schadebedragen? Zo nee, waarom niet?
2. Is er volgens het college op dit moment sprake van een benadering op trekroute niveau? Zo nee, trekt uw college dan de conclusie dat het populatiebeheer op dit moment niet effectief is?
3. Indien uw college de ineffectiviteit van uw beleid niet onder ogen wil zien, op welk wetenschappelijk onderzoek baseert u zich?
4. Deelt u de conclusie dat een verhoogd afschot van de ganzen niet helpt tegen het verlagen van landbouwschade? Zo nee, op welk wetenschappelijk onderzoek baseert u uw mening?
5. Heeft u opgemerkt dat meer afschot leidt tot een langer verblijf van ganzen en dus tot méér schade? Zo ja, bent u bereid jagende boeren te korten op hun tegemoetkoming in de schade omdat ze die zelf veroorzaken?
6. Hoeveel kolganzen zijn er in de afgelopen 10 jaar in de provincie Noord-Holland klaarblijkelijk zinloos doodgeschoten?
7. Bent u bereid alle ontheffingen zodanig aan te passen dat geen kolganzen meer worden gedood? Zo nee, waarom niet?
8. Hoeveel onderzoeken heeft uw college gemiddeld nodig om uw veronderstelde gelijk te discussie te stellen?

[1] http://www.bij12.nl/assets/caps_rapport_2014-02_kolganzen_beheer.pdf

[2] http://www.bij12.nl/bij12units/faunafonds/nieuws/planmatig-beheer-kolgans-vraagt-om-internationale-samenwerking/

Antwoorddatum: 28 apr. 2016

1: Ja, deze conclusie delen wij. De kolgans is een wintergast en heeft daarom geen broedpopulatie in Noord-Holland. Ingrijpen in de populatie is dus niet mogelijk. Er kan dus geen sprake zijn van populatiebeperkend afschot. In de winter is het uitgangspunt van ons beleid rust: geen aan verjaging ondersteunend afschot provinciebreed op overjarig grasland en totale rust in foerageer-/rustgebieden, waar kolganzen kunnen aansterken tijdens hun verblijf in Noord-Holland. Aan verjaging ondersteunend afschot op de kolgans staan wij alleen toe op kwetsbare gewassen (waar de grootste schade optreedt) en alleen voor de Wildbeheereenheden waar sprake is van een schadehistorie op kwetsbare gewassen. Hierdoor kunnen kolganzen in het overgrote deel van Noord-Holland rusten en aansterken. De Waddenprovincies Fryslân, Groningen en Noord-Holland stemmen binnen het Internationaal Waddenoverleg de provinciale ganzenaanpak onderling af. De provincie Fryslân heeft in oktober van 2015, mede namens provincie Noord-Holland, deelgenomen aan een internationale conferentie over het ganzenbeheer (de Goose Management Conference van de AEWA, het Afrikaans-Euraziatisch Watervogelverdrag, in Denemarken). De AEWA heeft een voorstel gepresenteerd voor een benadering op trekrouteniveau, dat dat binnenkort in IPO-verband wordt besproken. Er is een positieve grondhouding bij de provincies en het ministerie om dit voorstel te volgen.

2: Ja, zie ons antwoord op vraag 1.

3: Wij zijn het niet eens met de suggesties die uit uw vraag spreken. De conclusie van het onderzoek waaraan u refereert is dat (inter)nationaal de schadebedragen alleen zullen dalen als er sprake is van samenwerking. Deze samenwerking moet ertoe leiden dat ganzen niet overal worden opgejaagd, daardoor veel energie verliezen en alsnog meer schade aanrichten. Deze conclusies volgen wij door internationale samenwerking, door het instellen van foerageer- /rustgebieden en door in de winter enkel aan verjaging ondersteunend afschot toe te staan in het geval van kolganzen bij schade aan kwetsbare gewassen, zoals toegelicht in het antwoord op vraag 1.

4: Nee, deze conclusie delen wij niet. Een dergelijke conclusie is niet zonder meer te trekken uit het door u aangehaalde onderzoek. De effectiviteit van aan verjaging ondersteunend afschot in relatie tot het verlagen van landbouwschade hangt af van het schaalniveau. Indien het aan verjaging ondersteunend afschot gebeurt in combinatie met een gecoördineerd intensief en continu verjagen van ganzen, waarbij er foerageer-/rustgebieden beschikbaar zijn waarnaar ganzen kunnen uitwijken omdat daar geen verjaging plaats vindt, kan de schade aan kwetsbare gewassen wel worden beperkt. Dit blijkt o.m. uit het rapport “Effectiviteit verschillende regiems van verjaging en afschot in relatie tot schade aan akkerbouwgewassen in de Hoekse Waard 2012-2013” van Bureau Waardenburg B.V. (augustus 2014).

5: Nee. Verjaging met, zowel als verjaging zonder ondersteunend afschot leidt in beide gevallen tot meer opvliegacties en energieverlies. Verjaging met ondersteunend afschot is daarom alleen nuttig om lokale schade te verminderen als er óók rust wordt geboden. Zie voor het overige ons antwoord op de eerdere vragen.

6: Er zijn geen ganzen zinloos afgeschoten, zie ons antwoord op vraag 4.

7: Nee, zie ons antwoord op de eerdere vragen.

8: Ons beleid en ontheffingsaanvragen worden te allen tijde getoetst aan de best beschikbare kennis. Elk degelijk onderzoek kan aanleiding geven om tot andere conclusies te komen.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer