Vervolg­vragen verlenen ontheffing voor het doden van konijnen op het HVC-terrein in Alkmaar


Inleiding

De antwoorden van Gedeputeerde Staten van 22-4-2014 op de vragen van het lid A. E. van Liere MA, MSc. (Partij voor de Dieren) van 24-3-2014 en het besluit van Gedeputeerde Staten van 17 juli 2014 op het bezwaarschrift tegen de verleende ontheffing artikel 68 Flora- en faunawet geven aanleiding tot nadere vragen.

Gedeputeerde Staten besloot op het bezwaar tegen de ontheffing ‘de Huisvuilcentrale Alkmaar te verzoeken om bij een eventuele volgende ontheffingsaanvraag uitdrukkelijk aandacht te besteden aan de toepassingsmogelijkheden van kunststof matten’. Gedeputeerde Staten oordeelt deze maatregel als nieuw en nog niet bewezen effectief. Gedeputeerde Staten schrijft in haar besluit dat zij hiermee het advies van de Hoor- en Advies Commissie (HAC) integraal heeft overgenomen. De commissie concludeert echter dat GS onvoldoende heeft gemotiveerd dat er geen andere bevredigende oplossing is. Zij adviseert Gedeputeerde Staten te onderzoeken of het gebruik van matten op de dijken van de bassins een bevredigende oplossing kan zijn. Indien hieruit blijkt dat dit een bevredigende oplossing is moet het bestreden besluit worden herroepen. Dit advies van de HAC verschilt wezenlijk van het besluit van GS om geen onderzoek te verrichten en de ontheffing voor 5 jaar te verlenen.

Vragen

1. Waarop is uw stelling gebaseerd dat u het advies van de HAC integraal heeft overgenomen?
2. Bestond uw toetsing op andere bevredigende oplossingen uit meer dan het raadplegen van “Handreiking Faunaschade” van het Faunafonds uit 2009 die primair bedoeld is voor de agrarische sector? Zo nee, wat heeft u nog meer onderzocht?
3. Op basis van welk materiaal, dat nog niet bekend was ten tijde van het advies van de HAC, heeft u geconcludeerd dat kunststof matten geen andere bevredigende oplossing zijn?
4. Houdt u het voor mogelijk dat binnen vijf jaar de kunststof matten bewezen effectief zullen zijn? Zo nee, waar baseert u dat op? Zo ja, waarom heeft u dan de ontheffing voor 5 jaar verleend?
5. Bent u bereid om in het vervolg alle aanvragen voor ontheffing voor afschot van dieren zorgvuldig te toetsen en te motiveren op ‘andere bevredigende oplossingen’? Zo nee, waarom niet?
6. Vindt u dat u met de bijdrage aan het Faunafonds (onder meer om onderzoek naar alternatieven voor jacht te doen) de onderzoeksverplichting afdoende heeft afgekocht, of bent u voornemens innovatieve en kansrijke projecten zelf te stimuleren?
7. Bent u bereid om bij de HVC een experiment met kunststofmatten te faciliteren? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?

Antwoorddatum: 18 sep. 2014

1. Het door de Hoor- en adviescommissie uitgebrachte advies luidt: "De Commissie komt op basis van de stukken en het besprokene tijdens de op 15 mei 2014 gehouden openbare hoorzitting tot de conclusie dat er nader onderzoek moet worden gedaan naar het gebruik van matten op de dijken bij de bassins. Dit zou misschien een andere bevredigende oplossing kunnen zijn. Indien Gedeputeerde Staten tot de conclusie komen dat dit een andere bevredigende oplossing is, dient het bestreden besluit herroepen te worden." Wij hebben dit advies overgenomen door in de beslissing op bezwaar te bepalen dat de HVC gedurende de looptijd van de ontheffing en in haar aanvraag om een eventuele nieuwe ontheffing aandacht dient te besteden aan de mogelijkheden tot het inzetten van kunststof matten als zijnde een mogelijke andere bevredigende oplossing. Dit is in de beslissing op bezwaar als volgt onder woorden gebracht:Niettemin zullen wij aan de Huisvuilcentrale Alkmaar verzoeken om in het kader van een eventuele volgende ontheffingsaanvraag aangaande de bestrijding van konijnen uitdrukkelijk aandacht te besteden aan de toepassingsmogelijkheden van kunststof matten ter voorkoming van door konijnen veroorzaakte graafschade. De resultaten van deze onderzoekingen zullen wij betrekken bij de beoordeling van een eventuele volgende ontheffingsaanvraag om konijnen te bestrijden. Dat wil zeggen dat de inzet van kunststofmatten als preventief middel zal worden meegewogen bij de beoordeling van een ontheffingsaanvraag.
Deze “opdracht” aan de HVC volgt na onze overwegingen omtrent de toepassingsmogelijkheden van kunststofmatten als zijnde een andere bevredigende oplossing ter bestrijding van door konijnen aan te richten graafschade. Op grond van de huidige stand van zaken betreffende de onderzoekingen naar de effectiviteit van kunststofmatten komen wij tot de conclusie dat wij kunststofmatten niet als dergelijke andere bevredigende oplossingen aanmerken.Wij hebben hiermee het advies van de Hoor- en adviescommissie integraal opgevolgd. Daarbij geldt dat aan de aanvrager van een ontheffing is om aan te tonen dat er geen andere bevredigende oplossingen zijn. Deze “opdracht” ligt nu ten volle bij de aanvrager indien hij besluit een volgende ontheffing aan te vragen.

2. Ja. Allereerst is uitgebreider literatuuronderzoek gedaan. Hieruit is gebleken dat er nauwelijks relevante literatuur over het gebruik van kunststof matten te vinden is. Over het gebruik van kunststof matten in relatie tot konijnenschade is geen literatuur beschikbaar. Uit de beschikbare literatuur kan dan ook niet worden geconcludeerd dat het afdekken met kunststof matten een andere bevredigende oplossing zou kunnen bieden in de onderhavige situatie.
Voorts is het terrein op 26 juni 2014 nogmaals bezocht. Hierbij waren onder anderen een ambtelijke afvaardiging van de provincie, de coördinator vergunningen van de Huisvuilcentrale, en de houder van de ontheffing aanwezig. Samen met enkele medewerkers van de Huisvuilcentrale, die zich bezighouden met de verwerking van het afvalwater, en het beheer van de vuilwaterbassins, is ter plaatse het terrein en de schade die veroorzaakt wordt door konijnen nogmaals grondig bekeken. Hierbij is met name aandacht besteed aan de mogelijke inzetbaarheid van kunststof matten op het terrein. Tijdens dit terreinbezoek bleek dat de inzet van kunststof matten naar het oordeel van de terreinmedewerkers op een aantal praktische problemen zou stuiten, zoals de lastige aansluiting op het folie dat de binnenkant van de bassins bekleedt, en het feit dat er regelmatig peilbuizen geplaatst moeten worden in het talud.
Wij hebben tevens nadere informatie aangevraagd bij het Faunafonds. Hoewel het Faunafonds al eerder had geadviseerd de ontheffing te verlenen, is er naar aanleiding van het advies van de Commissie nogmaals specifiek naar de inzetbaarheid van kunststof matten gevraagd. Het Faunafonds gaf daarop aan de indruk te hebben dat kunststof matten wel kunnen helpen, maar dan alleen op kleine oppervlakten, zoals particuliere tuinen. Gezien de hoge bijkomende kosten van het gebruik van kunststof matten is het Faunafonds van mening dat we dit naar redelijkheid en billijkheid niet kunnen verlangen bij grote oppervlakten zoals bijvoorbeeld sportvelden en industrieterreinen.
Ook bij het Kenniscentrum Dierplagen (KAD) te Wageningen is informatie opgevraagd over het middel kunststof matten. Hieruit bleek echter dat hierover nog nauwelijks kennis is. Als reactie hierop is er door de houder van de ontheffing een onderzoeksvoorstel ingediend bij het KAD naar het gebruik van kunststof matten om schade veroorzaakt door konijnen te voorkomen. De coördinator vergunningen van de Huisvuilcentrale heeft aangegeven dat de Huisvuilcentrale met een dergelijk onderzoek mee zou willen werken, door het terrein als eventuele onderzoek locatie ter beschikking te stellen. Wij zullen op de hoogte worden gesteld van eventuele ontwikkelingen.

3. Zie antwoorden op vraag 1 en 2.

4. Dit achten wij niet onmogelijk, maar wel onwaarschijnlijk. Dit hangt namelijk af van de kennis die hierover beschikbaar zal komen de komende 5 jaar. Omdat er tot op heden nog niet of nauwelijks feiten over bekend zijn valt er moeilijk te zeggen of over 5 jaar bewezen zal zijn dat deze maatregel effectief kan zijn. Daarnaast speelt in onze beslissing ook mee of de kosten ervan naar redelijkheid en billijkheid gevraagd kunnen worden.

5. Ja. Dat is onze huidige werkwijze, en dat zullen wij voortzetten. Hierbij geldt dat het aan de aanvrager is om in de aanvraag te beargumenteren dat er geen andere bevredigende oplossingen bestaan. Onze toetsing van de aanvraag richt zich op (onder meer) de argumentatie door de aanvrager op dit punt.

6. Onze rol in de onderhavige zaak is uitsluitend een toetsende. Wij hebben bij de beoordeling van ontheffingsaanvragen in het kader van de Flora- en fauna wet geen onderzoeksverplichting. Wij zien hier dan ook geen rol in voor ons.

7. Nee. Een dergelijk experiment is niet aan de orde. Onze taak in onderhavige zaak is het toetsen van de ontheffingsaanvraag. Tot deze ontheffingsaanvraag behoort niet een experiment met kunststof matten

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer