Meer damherten in Amster­damse Water­lei­ding­duinen na massaal afschot


Jachtstop verlangd

https://ibabsonline.eu/LijstDe...

Inleiding
Gedeputeerde Staten heeft op 9 februari 2016 een ontheffing [1] ingevolge artikel 68 van de Flora- en faunawet verleend aan de faunabeheereenheid Noord-Holland (FBE NH) om het aantal damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) terug te schieten van grofweg 3.000 naar 800. Er mag daarbij in de nacht worden geschoten met geluiddempers en ook honden zijn bij de jacht toegestaan.

De ontheffing geldt voor 5 jaar en is gebaseerd op het ‘Faunabeheerplan damherten in het Noord- en Zuid-Hollandse duingebied, 2016-2020’ [2] dat is opgesteld door ook de FBE NH.

Als reden tot noodzaak van het afschot wordt genoemd: verkeersveiligheid, landbouwschade en natuurschade.

In maart 2018 bleek bij de voorjaarstelling dat er na drie winters 2.950 herten(!) te hebben doodgeschoten er zelfs meer herten waren dan voordat er begonnen was met het afschieten, te weten 3.096 in maart 2018 ten opzichte van grofweg 3.000 in 2016. [3][4][5] Volgens het Faunabeheerplan zouden er maar 1.479 herten mogen zijn. De afgelopen jaren laat zien dat bij steeds meer schieten er nog meer geschoten moet worden, maar dat het ‘streefcijfer’ niet in zicht komt.

Wonderbaarlijk genoeg zijn de cijfers van de voorjaarstelling 2019 damherten AWD nog niet vrijgegeven. Het is inmiddels herfst en het schieten gaat mogelijk binnen enkele weken beginnen. In de commissievergadering van 9 september jl. antwoordde gedeputeerde Rommel op de vraag van de Partij voor de Dieren waar de cijfers bleven dat de tellingen gereed zijn en dat er gewerkt wordt aan een evaluatie.

Vragen

1. Wordt er in de aangekondigde evaluatie ingegaan, dat afschot van de jaren daarvoor een averechts effect liet zien op het dieren aantal?
2. Deelt u de mening dat afschieten een versterkt effect heeft op het aantal dieren dat geboren wordt?
3. Wordt er bewust gejaagd op zwangere dieren?
4. Hoe oordeelt u over de expertise van de FBE NH nu deze organisatie er zó naast zit met haar modelberekeningen, kijkend naar het ‘streef cijfer’ in relatie tot afschot en populatie aantal?
5. Klopt het dat de Rechtbank Den Haag de Dierenbescherming gelijk gaf in haar hoger beroep waar het gaat om de argumenten verkeer- en landbouwschade die de FBE aandraagt?[6] Er staat immers een hek om het gebied.
6. Is er volgens u nog sprake van het argument openbare orde en veiligheid? Zo ja, kunt u dit uitleggen?
7. Kunt u aangeven hoeveel schade er is uitgekeerd aan landbouwschade de afgelopen jaren veroorzaakt door damherten in de AWD?
8. Welk argument ziet u nog om nog langer het doodschieten van vele duizenden herten in de AWD toe te staan?
9. Bent u bereid om een tussenevaluatie en herziening uit te voeren van het afschot in relatie tot de vermeende argumenten van de ontheffing? Zo ja, bent u bereid om dit door een derde partij te laten uitvoeren en níet over te laten aan de FBE NH?
10. Bent u bereid om, totdat het resultaat van de evaluatie bekend en besproken is, het afschot in de AWD stil te leggen (dus geen start van het afschot per 1 november)?

Graag deze vragen voor 1 november ’19 beantwoorden aangezien dan het jachtseizoen op de damherten weer begint.

[1] https://www.faunabeheereenheid...
[2] https://www.faunabeheereenheid...
[3] https://www.haarlemsdagblad.nl...
[4] https://www.dierenbescherming....
[5] https://www.dierenbescherming....
[6] https://www.dierenbescherming....

Antwoorddatum: 29 okt. 2019

https://ibabsonline.eu/LijstDe...

Inleiding

Gedeputeerde Staten heeft op 9 februari 2016 een ontheffing [1] ingevolge artikel 68 van de Flora- en faunawet verleend aan de faunabeheereenheid Noord-Holland (FBE NH) om het aantal damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) terug te schieten van grofweg 3.000 naar 800. Er mag daarbij in de nacht worden geschoten met geluiddempers en ook honden zijn bij de jacht toegestaan.

De ontheffing geldt voor 5 jaar en is gebaseerd op het ‘Faunabeheerplan damherten in het Noord- en Zuid-Hollandse duingebied, 2016-2020’ [2] dat is opgesteld door ook de FBE NH.

Als reden tot noodzaak van het afschot wordt genoemd: verkeersveiligheid, landbouwschade en natuurschade.

In maart 2018 bleek bij de voorjaarstelling dat er na drie winters 2.950 herten(!) te hebben doodgeschoten er zelfs meer herten waren dan voordat er begonnen was met het afschieten, te weten 3.096 in maart 2018 ten opzichte van grofweg 3.000 in 2016. [3][4][5] Volgens het Faunabeheerplan zouden er maar 1.479 herten mogen zijn. De afgelopen jaren laat zien dat bij steeds meer schieten er nog meer geschoten moet worden, maar dat het ‘streefcijfer’ niet in zicht komt.

Wonderbaarlijk genoeg zijn de cijfers van de voorjaarstelling 2019 damherten AWD nog niet vrijgegeven. Het is inmiddels herfst en het schieten gaat mogelijk binnen enkele weken beginnen. In de commissievergadering van 9 september jl. antwoordde gedeputeerde Rommel op de vraag van de Partij voor de Dieren waar de cijfers bleven dat de tellingen gereed zijn en dat er gewerkt wordt aan een evaluatie.

Vragen inclusief beantwoording Gedeputeerde Staten

1. Wordt er in de aangekondigde evaluatie ingegaan, dat afschot van de jaren daarvoor een averechts effect liet zien op het dieren aantal?

Antwoord 1: Ja, er wordt in de evaluatie ingegaan op de ontwikkeling van het aantal dieren voor en tijdens het beheer.

2. Deelt u de mening dat afschieten een versterkt effect heeft op het aantal dieren dat geboren wordt?

Antwoord 2:
Nee. Een damhert hinde werpt over het algemeen één kalf per jaar, zelden twee[6]. Bij damherten is geen versterkend effect op de vruchtbaarheid gevonden als gevolg van afschot[7]. In een gebied zonder menselijk ingrijpen wordt zowel de populatiegrootte als het aantal jongen dat jaarlijks geboren wordt en overleeft bepaald door factoren als voedselbeschikbaarheid, ziekte en predatie. De maximum populatiegrootte die een bepaald gebied aankan heet de draagkracht.
In één specifieke situatie kan het aantal kalveren dat geboren wordt en overleeft mogelijk toenemen na afschot, namelijk als het aantal dieren, in dit geval damherten, in een gebied tegen de draagkracht aanloopt. Zoals in de Oostvaardersplassen[8]. In die specifieke situatie is de uitval door sterfte van verzwakte dieren door voedseltekort, ziekte en eventuele predatie even groot als de aanwas door het aantal jongen dat geboren wordt en overleeft. Het aantal geboortes is in deze specifieke situatie ook vaak al afgenomen door een toename in miskramen door verzwakking van de hindes door voedseltekort en ziektes. Als in zo’n situatie ingegrepen wordt en de populatie wordt verminderd door afschot, komt er minder onderlinge competitie om het beschikbare voedsel. Daardoor kunnen de overgebleven damherten aansterken, zal ook het aantal miskramen afnemen en de overleving van de geboren kalveren toenemen. In het Noord- en Zuid-Hollandse duingebied zit de populatie damherten nog niet tegen de draagkracht van het ecosysteem aan, waardoor de beschikbaarheid van voedsel nog niet dermate is dat de populatie niet meer groeit door honger en ziekte. Daarom zal het afschot niet
leiden tot een toename van het aantal kalveren dat geboren wordt en overleeft. Dat het aantal damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen niet tegen de draagkracht aan zit betekent overigens niet dat de huidige stand geen schade aanricht aan de biodiversiteit en het ecosysteem. Zo hebben verschillende onderzoeken bewezen dat de huidige begrazing door damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen heeft geleid tot een afname in bloeiende kruiden, bestuivers, vogels en reeën [9][10][11][12].

3. Wordt er bewust gejaagd op zwangere dieren?

Antwoord 3:
Nee. Er wordt wel gericht beheer gepleegd op vrouwelijke dieren, omdat het verminderen van het aantal hindes het grootste effect heeft op de populatiegroei. De bronsttijd van damherten, wanneer de voortplanting plaats vindt, duurt van half oktober tot begin november. Na die periode komen niet-gedekte hindes niet veel voor [13]. Hindes hebben een draagtijd van 230 dagen waarna ze kalveren en zijn na 16 maanden geslachtsrijp. Het damhertenbeheer vindt plaats van 1 november tot en met 31 maart, omdat op dat moment de hindes de kalveren niet meer zogen en deze zelfstandig zijn. Dat betekent dat tijdens de beheersperiode de meeste hindes van 16 maanden en ouder dus gemiddeld 1-4 maanden drachtig zijn.

4. Hoe oordeelt u over de expertise van de FBE NH nu deze organisatie er zó naast zit met haar modelberekeningen, kijkend naar het ‘streef cijfer’ in relatie tot afschot en populatie aantal?

Antwoord 4:
Wij hebben geen reden om te twijfelen aan de expertise van de Faunabeheereenheid. Het aantal damherten bij de jaarlijkse telling was in het voorjaar van 2016 zo’n 3.900 herten [14]. Bij de telling in 2018 was er sprake van 3.096 herten. Er is dus sprake van een afname van 20% van de damhertenpopulatie sinds de start van het beheer. Desalniettemin is de beoogde streefstand uit het faunabeheerplan nog niet bereikt. Een van de redenen daarvoor is dat de modelberekeningen in het Faunabeheerplan damherten in het Noord- en Zuid-Hollandse duingebied 2016-2020 ervan uit gaan dat het damhertenbeheer al zou starten in februari 2016.
Vanwege een aangevraagde voorlopige voorziening heeft de start van dit beheer vertraging opgelopen, waardoor de populatie nog een jaar verder kon groeien dan beschreven en gemodelleerd in het faunabeheerplan. In de evaluatie van het huidige faunabeheerplan zal geëvalueerd worden waarom de streefstand nog niet behaald is met het huidige beheer op basis van de modelberekeningen.


5. Klopt het dat de Rechtbank Den Haag de Dierenbescherming gelijk gaf in haar hoger beroep waar het gaat om de argumenten verkeer- en landbouwschade die de FBE aandraagt?[6] Er staat immers een hek om het gebied.

Antwoord 5:
Ja. De Rechtbank Den Haag heeft de bezwaren van de Faunabescherming en Dierenbescherming met betrekking tot de verkeersveiligheid en schade aan landbouwgewassen tegen de ontheffing van de Provincie Zuid-Holland voor het beheer van damherten in het Zuid-Hollandse gedeelte van de Amsterdamse Waterleidingduinen, gegrond verklaard. De Raad van State heeft echter in hoger beroep hierover geoordeeld dat de damherten zich vrij tussen het Noord-Hollandse en het Zuid-Hollandse gedeelte van de Amsterdamse Waterleidingduinen bewegen. Er kan derhalve geen onderscheid tussen Noord-Hollandse en Zuid-Hollandse damherten worden gemaakt. Gelet hierop mocht de Provincie Zuid-Holland, ter voorkoming van aanrijdingen in Noord-Holland, ontheffing verlenen voor afschot van damherten in Zuid-Holland [16].

6. Is er volgens u nog sprake van het argument openbare orde en veiligheid? Zo ja, kunt u dit uitleggen?

Antwoord 6:
Ja. Niet het gehele gebied is omhekt met een damhertwerend hek. Dit is ook niet wenselijk vanuit landschappelijk en ecologisch oogpunt, omdat volledige omrastering de ecologisch noodzakelijke verbindingen tussen de verschillende delen van het duingebied en de vrije migratie van andere soorten blokkeert. Zolang er een aanzienlijk risico is op aanrijdingen met damherten, achten wij het argument van openbare orde en veiligheid nog aan de orde.


7. Kunt u aangeven hoeveel schade er is uitgekeerd aan landbouwschade de afgelopen jaren veroorzaakt door damherten in de AWD?

Antwoord 7:
Er is geen landbouwschade uitgekeerd door herten in de Amsterdamse Waterleidingduinen, omdat daar geen agrarische productie plaatsvindt. Voor de gehele provincie Noord-Holland is er sinds 2015 geen landbouwschade door damherten meer uitgekeerd. Wel veroorzaken de damherten in de AWD schade aan de natuur. Wij verwijzen hiervoor naar de geciteerde onderzoeken bij antwoord 2.


8. Welk argument ziet u nog om nog langer het doodschieten van vele duizenden herten in de AWD toe te staan?

Antwoord 8:
Ten eerste veroorzaken de damherten significante schade aan de flora en fauna van het Natura2000-gebied Kennemerland Zuid. Zo heeft de overbegrazing door de huidige
damhertenstand negatieve gevolgen voor bloeiende planten, bestuivers, vogels en reeën. Wij verwijzen hiervoor naar de geciteerde onderzoeken bij antwoord 2. Daarnaast vormt de populatie damherten nog steeds een risico voor de verkeersveiligheid, zoals blijkt uit antwoord 6.

9. Bent u bereid om een tussenevaluatie en herziening uit te voeren van het afschot in relatie tot de vermeende argumenten van de ontheffing? Zo ja, bent u bereid om dit door een derde partij te laten uitvoeren en níet over te laten aan de FBE NH?

Antwoord 9:
Nee. De evaluatie van het huidige faunabeheerplan wordt al door een derde partij uitgevoerd, in opdracht van de Faunabeheereenheid. Daarbij wordt het beheer geëvalueerd in het licht van de gronden voor beheer in de ontheffing.


10. Bent u bereid om, totdat het resultaat van de evaluatie bekend en besproken is, het afschot in de AWD stil te leggen (dus geen start van het afschot per 1 november)?

Antwoord 10:
Nee. Het afschot stilleggen zou ertoe leiden dat de populatie opnieuw zou toenemen, waardoor de behaalde afname van 20% ten opzichte van 2016 teniet zou worden gedaan. Wij hebben reeds toegezegd de evaluatie, die zich in de afrondende fase bevindt, met uw staten te delen als deze klaar is.


Graag deze vragen voor 1 november ’19 beantwoorden aangezien dan het jachtseizoen op de damherten weer begint.


[1] https://www.faunabeheereenheid...
[2] https://www.faunabeheereenheid...
[3] https://www.haarlemsdagblad.nl...
[4] https://www.dierenbescherming....
[5] https://www.dierenbescherming....
[6] https://www.zoogdiervereniging...


[7] Putman, R., Apollonio, M., (2014) Behaviour and Management of European Ungulates, H1, p 5-12, Whittles
Publishing, Dunbeath.
[8] ICMO2, 2010. Natural processes, animal welfare, moral aspects and management of the Oostvaardersplassen.
Report of the second International Commission on Management of the Oostvaardersplassen (ICMO2). The
Hague/Wageningen, Netherlands. Wing rapport 039. November 2010.
[9] Becker en Hollander 2015. Effecten van damherten op andere zoogdiersoorten in de
Amsterdamse Waterleidingduinen. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Rapport 2015-08.
[10] Noordzij, N. & V. van der Spek, 2016. Hebben Damherten invloed op nachtegalenstand?
Vergelijkend onderzoek in Waterleidingduinen. Fitis 52: pp 8-13.
[11] Smit, J., 2015. Effect van damherten op bestuivers in de Amsterdamse Waterleidingduinen. EIS
Nederland, Leiden. Rapport 2015-4.
[12] Wallis de Vries, M.F. (2017) Effecten van damherten op bloemen en vlinders in de
Amsterdamse Waterleidingduinen. Rapport VS2017.008, De Vlinderstichting.
[13] Bob D.B. van den Brink en Jasja J.A. Dekker, 2019. Damherten in Fryslân, verkenning en blik op de toekomst.
Houwerzijl, Boerema & van den Brink b.v./Jasja Dekker Dierecologie, rapport nummer 20190105D.
[14] https://awd.waternet.nl/beheer...
[15] https://www.dierenbescherming....
[16] ECLI:NL:RVS:2017:3509