Ganzen en Schiphol


VRAGEN NR. 17

Aan de leden van Provinciale Staten van Noord-Holland


Haarlem, 4 maart 2008

Onderwerp: Vragen van de heren R.E. van Oeveren en P. van Poelgeest (PvdD)

De voorzitter van Provinciale Staten van Noord-Holland deelt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 45 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van Provinciale Staten mede, dat op 4 maart 2008, door de leden van Provinciale Staten, de heren R.F. van Oeveren en P. van Poelgeest, de volgende vragen bij Gedeputeerde Staten zijn ingekomen.

Inleiding

Om misverstanden te voorkomen: de Partij voor de Dieren vindt de grootst mogelijke veiligheid van het luchtverkeer geen punt van discussie. Wel wil zij de discussie voeren over hoe die veiligheid kan worden bereikt.

Gedeputeerde Staten hebben de ontheffing voor onder meer het verbod tot het afschieten van ganzen voor Schiphol uitgebreid. De ontheffingszone is uitgebreid van een straal van 6 tot een straal van 10 kilometer rond de start- en landingsbanen. De extra maatregelen hebben betrekking op de grauwe gans. Deze grote vogels vliegen vaak in grote groepen over de luchthaven, waardoor ze een risico vormen voor de vliegverkeersveiligheid Op zijn weblog van 4 tot 10 februari schrijft Gedeputeerde Visser hierover:

“Ik ben wel enigszins geschrokken van de groei in het aantal incidenten met vogels en dan met name met de wat grotere. Vooral de toename in het aantal ganzen in Noord-Holland lijkt ook hier effect te hebben. Voor alle duidelijkheid: er is absoluut niet sprake van een onveilige situatie op Schiphol, maar dat wil ik ook wel zo houden.”

De minister van LNV antwoordt op kamervragen dat het aantal botsingen met vogels in 2007 is gestegen van 5 naar 6.6 per 10.000 vliegbewegingen. Zij schrijft dat het prematuur is om te stellen dat er sprake is van een structurele toename van het aantal incidenten. Het aantal botsingen met grauwe ganzen is in 2007 totaal 5, waar het daarvoor 1 of 2 botsingen per jaar waren.

Vragen

1. De gedeputeerde lijkt uit te gaan van een structurele groei van het aantal incidenten, terwijl de minister stelt dat prematuur te vinden. Hoe verklaart u het verschil in interpretatie tussen de gedeputeerde en de minister?

2. Op 20 februari 2008 stond er op de site van de provincie Noord-Holland dat een ganzenpopulatie zich ongeveer iedere twee jaar verdubbelt. Op welke wetenschappelijke gegevens baseert Gedeputeerde Staten zich hierbij?


In de periode van 1 april 2006 tot 1 april 2007 zijn er, met gebruikmaking van ontheffing 2006-17924, door de Wildbeheereenheid Haarlemmermeer in het werkingsgebied van Schiphol, 1139 ganzen afgeschoten. De ontheffing houdt ook het gebruik van lokvogels in. Met lokvogels worden ganzen gelokt naar het gebied van Schiphol en omgeving.

3. De Partij voor de Dieren is van mening dat door het lokken van ganzen naar de start- en landingsbanen de vliegveiligheid onnodig in gevaar wordt gebracht. Deelt u die zienswijze en zo neen, waarom niet?

Ontheffing 2006-17924 is verleend voor het uithalen en vernielen van nesten, het zoeken, rapen en vernielen van eieren en het doden van Canadese ganzen, grauwe ganzen, kolganzen, rietganzen en brandganzen in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. Uit de (overigens te laat uitgebrachte) terugrapportage van de Wildbeheereenheid Haarlemmermeer komt naar voren dat er afschot van ganzen (1139 stuks) heeft plaats gevonden, maar er staat niets over preventieve maatregelen zoals het zoeken, rapen en het vernielen van de eieren.

4. Zijn de genoemde preventieve maatregelen uitgevoerd? En zo neen, waarom niet? En wat heeft dat voor consequenties gehad voor de vliegveiligheid, dan wel de noodzaak (in uw ogen) van de huidige uitbreiding van de maatregelen?

De Partij voor de Dieren heeft eerder gewezen op de mogelijkheid om preventieve maatregelen in de sfeer van ruimtelijke ordening te treffen om aanvaringen van vogels en vliegtuigen te voorkomen. Wij keuren het af dat Gedeputeerde Staten dit niet met dezelfde voortvarendheid heeft opgepakt als maatregelen tegen weerloze ganzen. Daarnaast zijn er mogelijkheden voor preventie door het ontwikkelen en toepassen van alternatieve verjagingmethodes. Ook hierbij betreuren wij de afwachtende houding van Gedeputeerde Staten.

5. Bent u bereid snel maatregelen te nemen in de sfeer van ruimtelijke ordening om te voorkomen dat ganzen in de verleiding komen om start- en landingsbanen te kruisen (bijvoorbeeld een verbod op gewassen die aantrekkelijk zijn voor ganzen en die daardoor de vliegveiligheid in gevaar brengen of het inrichten van voor ganzen aantrekkelijke slaap-, rust- en foerageergebieden buiten de straal van 10 kilometer rond Schiphol)?

6. Wat zou in uw ogen rechtvaardigen dat niet alle mogelijke middelen die tot doel hebben het ontstaan van risico’s van vogelaanvaringen te verkleinen of te voorkomen worden getest en bij gebleken effectiviteit worden ingezet ?

Ten onrechte wordt in discussies over een verondersteld teveel aan dieren vaak gewezen op het ontbreken van een natuurlijke predator. Voor de grauwe gans kan dat echter niet opgaan, want de vos kan de ganzenpopulatie drastisch verminderen.

7. Kunt u aantonen dat de jacht op de vos geen effect heeft op het aantal ganzen en daarmee op de vliegveiligheid? Zo neen, bent u bereid om de jacht op de vos te heroverwegen?

Gedeputeerde Staten zullen de gestelde vragen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 30 dagen na binnenkomst, beantwoorden.

Antwoorddatum: 31 mrt. 2008

Ons antwoord aan provinciale staten luidt als volgt:

1. Het is niet zo dat wij uitgaan van een structurele groei. Aan de andere kant is dat op dit moment ook niet uit te sluiten. Het is echter niet wenselijk om enkele jaren af te wachten om te bezien of er wel een structurele toename is; daarvoor is het potentiële gevaar te groot.

2. Als we kijken naar de groeicurve van de laatste jaren, zien we dat de populatie de laatste 2 jaren ongeveer verdubbeld is. De uitspraak dat de ganzenpopulatie iedere 2 jaar verdubbelt, is gebaseerd op een “gevoel uit het veld”. De wetenschap houdt rekening met een jaarlijkse toename van 20% tot 26%. Dit zijn echter langjarige gemiddelden.

3. Nee, deze zienswijze delen wij niet. De grote groepen grauwe ganzen komen immers niet vanwege de lokvogels naar de Haarlemmermeer, maar vanwege het voedselaanbod. Het gebruik van lokkers zorgt er enkel voor dat de invallende ganzen binnen schootsafstand komen.

4. Nee, op de gronden waar de wildbeheereenheid Haarlemmermeer toegang toe had zijn nagenoeg geen nesten aangetroffen.

5. Het nemen van maatregelen in de sfeer van ruimtelijke ordening is niet op korte termijn realiseerbaar. Hieraan zijn grote financiële consequenties verbonden en het nemen van ruimtelijke besluiten kost veel tijd. Daarom is ervoor gekozen ontheffing te verlenen om op de korte termijn het probleem beheersbaar te houden.

6. Wij streven ernaar alle mogelijke middelen in te zetten die het risico van vogelaanvaringen
verkleinen. Echter, een vertraging van uitvoering van acties die per direct nodig zijn, om uitkomsten van onderzoek naar alternatieve methoden af te wachten, is ons inziens niet toelaatbaar.

7. Nee, dit kunnen we niet aantonen. Met de uitvoerders is afgesproken dat, daar waar een hogere vossenstand niet andere natuurdoelen schaadt, de vossenstand zoveel mogelijk ongemoeid gelaten wordt. (De vos staat wel op de landelijke vrijstellingslijst)

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer