Biomas­sa­cen­trale


INLEIDING VRAGEN

Afgelopen augustus heeft Nuon een omgevingsvergunning aangevraagd bij het omgevingsloket Noordzeekanaalgebied van de Provincie Noord-Holland voor een op houtpellets gestookte warmtekrachtcentrale van 120MW. Zo hoopt Nuon voor de levering van warmte aan Amsterdam en Almere minder aardgas nodig te hebben.1

Ook is een vergunningsaanvraag gedaan bij de Regionale Uitvoeringsdienst NHN op grond van de Natuurbeschermingswet, nodig vanwege de uitstoot van CO2, fijnstof en stikstof. Uit het stikstofdepositieonderzoek blijkt dat de centrale behoorlijke effecten zal hebben op Natura2000 gebieden.

In een publicatie in het Parool (maart 13, 2018) laat NUON weten dat er onvoldoende Nederlands snoeiafval is om de centrale te voorzien van brandstof uit lokale bronnen. De centrale wordt dus afhankelijk van houtpellets (geperste houtkorrels) uit het buitenland. Naar verwachting zullen deze houtpellets afkomstig zijn uit Canada, Amerika en de Baltische staten, alwaar natuur- en milieuorganisaties zich grote zorgen maken over de toenemende Europese vraag naar biomassa en de evenredig toenemende druk op hun kwetsbare ecosystemen (zoals wetlands en laaglandbossen).

Nuon is inmiddels overgegaan tot het aanbesteden van het ontwerp en de bouw. Opmerkelijk, omdat de gemeentelijke warmteplannen nog niet eens zijn geschreven. Ook de provinciale Routeplanner Energietransitie erkent dat zolang nog veel vragen onbeantwoord zijn, grootschalige investeringen in biomassa niet aan de orde kunnen zijn. Er is nog veel discussie over de rol van biomassa in de energietransitie. Ook in het voorlopige klimaatakkoord staan nog geen heldere afspraken over geïmporteerde biomassa uit het buitenland.

Het PBL adviseerde in 2014 al “om biomassa in te zetten op plekken waar geen alternatieven zijn” Stadsverwarming wordt hierbij niet genoemd.4 In hun analyse van het klimaatakkoord geven ze aan dat er vanuit gegaan moet worden dat er niet voldoende duurzame biomassa is en dat die vooral ingezet moet worden als koolstof bron.5

Om hout als bron van energie te zien, zijn grote centrales met grote uitstoot, massale kap en vervuilende import nodig. Dit wordt door meerdere organisaties ontraden.6

VRAGEN INCLUSIEF BEANTWOORDING GEDEPUTEERDE STATEN

Vraag 1: Klopt het dat Nuon een vergunning heeft aangevraagd voor een nieuwe biomassacentrale en dat GS hiervoor bevoegd gezag is voor de Milieuvergunning en voor de Wet natuurbescherming?

Antwoord 1: Ja, Nuon heeft in augustus 2018 de omgevingsvergunning aangevraagd bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. GS is hiervoor bevoegd gezag alsmede voor de vergunning Wet natuurbescherming.

Vraag 2: Klopt het dat er uit naam van GS op 14 mei 2018 een besluit is genomen dat er geen Milieueffectrapportage gemaakt hoeft te worden? Wanneer bent u hiervan op de hoogte gesteld?

Antwoord 2: Ja, dat klopt. De OD NZKG heeft het mandaat van ons om deze besluiten zelfstandig te nemen. Wij ontvangen geen overzicht met besluiten, die de omgevingsdienst heeft genomen.

Vraag 3: De bouw van de grootste biomassacentrale van Nederland heeft grote maatschappelijke relevantie. Hoe kan het dat Gedeputeerde Staten tijdens de Provinciale Statenvergadering van 8 oktober 2018, niet op de hoogte waren van de vergevorderde plannen tot de bouw van de grootste biomassacentrale van Nederland?

Antwoord 3: Binnen het samenwerkingsverband MRA Warmte Koude zijn we geïnformeerd over de manier waarop Nuon haar warmtebronnen wil verduurzamen. De mogelijkheid van een biomassacentrale en/of geothermie is hierbij ter sprake gekomen. Tijdens een bijeenkomst op 28 juni 2017 heeft Nuon hier voor de aanwezige partners een presentatie over gehouden. Het was toen niet duidelijk wat de omvang van een mogelijke biomassacentrale zou zijn en waar de biomassa vandaan zou komen.

Vraag 4: Bent u het met ons eens dat de correcte volgorde zou zijn om eerst de gemeentelijke warmteplannen af te wachten en rekening te houden met uitkomsten van onderhandelingen aan de tafels voor het klimaatakkoord, voordat eventueel vergunningen verleend kunnen worden? Zo nee, kunt u aangeven waarom niet?

Antwoord 4: Nee, hier zijn we het niet mee eens. Nuon heeft het recht om een vergunning aan te vragen. Deze aanvraag toetsen wij op basis van bestaande wet- en regelgeving. Wij zijn gehouden aan wettelijke termijnen om op deze vergunningen te beschikken.

Vraag 5: In de Natuurtoets biomassaketel Nuon Diemen door Royal HaskoningDHV staat dat er zowel NNN gebied verloren gaat als dat er een doorkruising is van een ecologische verbindingszone. Kunt u aangeven hoe het aantasten van NNN en van ecologische verbindingszones past binnen de Provinciale doelstellingen?

Antwoord 5: Het doorkruisen van het NNN gebied en van de ecologische verbindingszones zou zich enkel voordoen in geval van aanlevering van de houtpellets per binnenvaartschip via het Markermeer. Deze optie is onderzocht maar op basis van dit onderzoek is besloten niet voor deze optie te kiezen. De aanlevering van de houtpellets zal over de weg gaan plaatsvinden. De optie waarin NNN gebied en ecologische verbindingszones worden doorkruist is dan ook niet aangevraagd in de vergunning.

Vraag 6: Provinciale Routeplanner Energietransitie In de brief van GS aan PS van 9 april 2018 wordt de Routeplanner van de Energietransitie besproken. Er wordt ingegaan op de keuze die gemaakt moet worden tussen wind, zon, wko, geothermie en biomassa. Ook wordt opgemerkt dat gekeken moet worden naar energiebesparing. Hierin staat dat biomassa moet worden geïmporteerd om aan de hoge temperatuurwarmte te voldoen voor de industrie. In de bijbehorende Routeplanner Energietransitie 2020-2050 staat bij de uitgangspunten dat biomassa niet mag concurreren met de voedselproductie en biodiversiteit niet mag verminderen. Er wordt al aangegeven dat er niet voldoende biomassa voorhanden is om alle fossiele brandstof te vervangen. Het eindigt met: “Het is dus van belang dat biomassa alleen daar wordt toegepast waar er geen kosteneffectieve alternatieven voorhanden zijn.”

De rol van de provincie hierbij is volgens de Routeplanner: juridisch, financieel en communicatief.

Bent u als provincie in gesprek geweest met Nuon over hun voornemen tot de bouw van deze biomassacentrale? Zo ja, wat is daar uitgekomen?

Antwoord 6: Nee, zie verder antwoord vraag 3.

Vraag 7: Vindt u de plannen van deze biomassacentrale aansluiten bij de Routeplanner Energietransitie 2030-2050 van de provincie? Zo ja, kunt u aangeven hoe?

Antwoord 7: De plannen voor deze biomassacentrale zouden niet aansluiten bij de Routeplanner Energietransitie wanneer het een permanente oplossing zou zijn. Maar dat is niet het geval. NUON heeft het voornemen om deze biomassacentrale als overbrugging te gebruiken, totdat men op geothermie kan overstappen. We zijn in overleg met NUON en de andere betrokken partijen zoals de gemeente Diemen om te borgen dat het daadwerkelijk een tijdelijke oplossing is, ofwel door een tijdelijke vergunning te verlenen, ofwel door aanvullend op de vergunning een convenant af te sluiten waarin dat wordt vastgelegd.

Vraag 8: In hoeverre worden Provinciale Staten meegenomen in de keuzes van de energietransitie in Noord-Holland en hoe worden we op de hoogte gehouden van projecten die klein en venijnig of groots en meeslepend zijn?

Antwoord 8: Provinciale Staten worden meegenomen in de totstandkoming van de Regionale Energie Strategieën net als de gemeenteraden en algemeen besturen van waterschappen. Net als de hiervoor genoemde democratisch gekozen organen moeten Provinciale Staten instemmen met het eindresultaat. We maken aanvullende afspraken met externe partijen om projecten die mogelijk gevoelig liggen in de samenleving bij ons te melden.

Vraag 9: Kunt u aangeven hoeveel biomassacentrales nu in Noord-Holland staan en hoe groot deze zijn?

Antwoord 9: Hieronder treft u een overzicht van bestaande biomassacentrales aan. We hebben hierbij het begrip biomassacentrale ruim geïnterpreteerd: ook installaties waar bijvoorbeeld gft-afval en andere organische reststromen worden vergist staan in dit overzicht. Helaas hebben we binnen de termijn van beantwoording geen gegevens over de omvang van alle centrales kunnen achterhalen. De verscheidenheid in omvang is echter groot: van 1,5 ton biomassa bij Waste Transformers tot 580 ton bij de Nuon centrale te Diemen.

Schermopname 70

Schermopname 76

Vraag 10: Lopen er nog andere vergunningsaanvragen voor biomassacentrales? Zo ja, kunt u een overzicht geven?

Antwoord 10: Er lopen op dit moment nog 2 vergunningaanvragen voor biomassacentrales waar de provincie bevoegd gezag voor is (zie onderstaand overzicht). Daarnaast is er vooroverleg over uitbreiding van een tweede centrale te Purmerend. De gemeente is hiervoor het bevoegd gezag. Tot slot zijn er nog twee installaties voor biomassavergassing in Alkmaar waar vergunningen voor zijn afgegeven maar die nog niet zijn gerealiseerd.

Vraag 11: Duurzaamheid Verschillende organisaties maken zich grote zorgen over de snelgroeiende vraag naar biomassa en de gevolgen voor o.a. oerbossen. Ook het Planbureau voor de Leefomgeving (Pbl) laat zich in haar analyse van het klimaatakkoord zeer kritisch uit over de grote rol van biomassa en de mogelijkheid om het op grote schaal duurzaam te verkrijgen.

Aanvullend zeggen experts als Timothy Searchinger, milieuwetenschapper aan Princeton
University, dat biomassa niet als CO2-neutraal gezien moet worden. Namelijk bij het omhakken van een boom, kan het decennia of zelfs eeuwen duren voordat nieuwe bomen ver genoeg zijn gegroeid om de door biomassa uitgestoten koolstofdioxide weer op te nemen

Kunt u uiteenzetten aan welke criteria biomassa moet voldoen om duurzaam te zijn?

Antwoord 11: Het Rijk bepaalt de criteria voor de mate van duurzaamheid van biomassa. In het Energieakkoord staat dat de duurzaamheidseisen betrekking moeten hebben op duurzaam bosbeheer (bodem, biodiversiteit et cetera), het voorkómen van een koolstofschuld en veranderingen in indirect landgebruik (ILUC). Ook moet de inzet van biomassa een flinke CO2 emissiereductie opleveren ten opzichte van de inzet van fossiele energie. Bedrijven die vaste biomassa willen inzetten in installaties voor productie van elektriciteit en/of warmte en daarvoor SDE+ subsidie (willen) ontvangen, moeten aantonen dat de biomassa voldoet aan de wettelijke duurzaamheidseisen die hierop van toepassing zijn. Via onderstaande link zijn de duurzaamheidseisen in detail te bekijken.
https://www.rvo.nl/subsidies-r...

Vraag 12: Wordt hierbij rekening gehouden met de uitstoot van productie tot verbranding en het volledige transporttraject? Zo nee, hoe kunnen GS zonder deze essentiële gegevens toch een weloverwogen keuze maken tussen biomassa en andere energieopties?

Antwoord 12: Op basis van de voorwaarden 1, 13, 14 en 15 van de SDE+ subsidieregeling worden eisen gesteld over de wijze waarop CO2 emissies in de hele keten -inclusief transport- in beeld moeten worden gebracht.
7 https://www.trouw.nl/groen/waa...
2018 135

Vraag 13: Deelt u onze mening dat de grootschalig toepassing van duurzame biomassa als energiebron onhaalbaar is? Op welke bronnen baseert u zich?

Antwoord 13: Ja, voor de grootschalige toepassing van biomassa delen wij deze mening. Op dit moment is de beschikbaarheid van duurzame energiebronnen zoals geothermie en aquathermie echter nog te beperkt, zodat biomassa ter overbrugging nodig is. Wij baseren ons hierbij op het Planbureau voor de Leefomgeving.

Vraag 14: Bent u er zeker van dat Nuon gedurende de levensduur van de centrale alléén duurzaam geproduceerde biomassa zal gebruiken?

Antwoord 14: Voor de periode van 12 jaar dat NUON gebruik wil maken van de SDE+ subsidie is via de voorwaarden op het terrein van duurzaamheid geregeld dat er gebruik wordt gemaakt van duurzame biomassa. Voor de periode daarna – wanneer de centrale alleen nog piekvermogen levert – is het onze inzet een convenant af te sluiten met NUON en andere betrokken partijen over het gebruik van duurzame biomassa.

Vraag 15: Erkent u dat grootschalige biomassa niet als CO2-neutraal bestempelt kan worden?

Antwoord 15: Biomassa is inderdaad niet 100% CO2 neutraal omdat houtige fracties (takken, tophout, dunningshout en primaire residuen) bewerkt moeten worden tot houtpellets en moeten worden getransporteerd van plek van herkomst naar de plek waar het wordt ingezet. In de subsidievoorwaarden bij SDE+ is een onderdeel het in kaart brengen van de reductie van de broeikasgassen (voorwaarde 1) via het opstellen van een Chain of custody (voorwaarden 13 t/m 15). Uit de levenscyclusanalyse die is gemaakt voor het type houtpellets dat NUON wil inzetten, blijkt dat de CO2 uitstoot vanwege de bewerking van houtige fracties tot houtpellets en het transport per zeeschip en vrachtauto, gemiddeld leidt tot circa 10% derving in de CO2 reductie die gerealiseerd wordt door de toepassing van biomassa. Hiermee realiseert de biomassa netto circa 90% CO2 reductie. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat ook andere vormen van (duurzame) energie een bepaalde mate van indirecte CO2 emissie met zich meebrengen voor de productie en het onderhoud van de installaties.

Vraag 16: Hoe wordt ervoor gezorgd dat het project geen verhoging van de stikstofdepositie veroorzaakt in Natura 2000 gebieden?

Antwoord 16: Het project wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming (Wnb)/PAS. Een eventuele toename van de stikstofdepositie in natuurgebieden dient te passen binnen de beschikbare ontwikkelingsruimte in het PAS (Programmatische Aanpak Stikstof). Als er voldoende ontwikkelingsruimte beschikbaar is, dan kan er een vergunning Wnb verleend worden; zo niet dan kan er geen vergunning Wnb verleend worden

1 https://www.parool.nl/amsterda... 2 https://energeia.nl/energeia-a... 3 Routeplanner Energietransitie 2020-2050 4 https://themasites.pbl.nl/biom... J.P.M. Ros en A.G. Prins (2014) Biomassa wensen en grenzen. 5 http://www.pbl.nl/sites/defaul... 6 http://www.amsterdamfossielvri...