Afschieten huis­katten


Aan de leden van Provinciale Staten van Noord-Holland

Haarlem, 14 juni 2008

Onderwerp: Vragen van de heer P. van Poelgeest (PvdD)

Inleiding

Onlangs schoot een jager, op het terrein van de buren van zijn verzorgers, Goofy dood, een acht jaar oude huiskat. De buurman vertelt in de media dat hij aan de jager geen toestemming heeft gegeven voor de jacht op zijn terrein.
Uit de media blijkt dat diverse partijen anders denken over wat wel en niet wettelijk is toegestaan. Voor mij reden om dit voorval breder te trekken dan een incident.

Bronnen:
Noordhollands Dagblad 09 juni 2008 - Afschieten kat wekt afschuw
Noordhollands Dagblad 10 juni 2008 - 'Die jager mocht niet op mijn land komen'

VRAGEN

  1. Kunt u de schade van verwilderde katten aan fauna kwantificeren?
  2. Kunt u aangeven wanneer een kat de omschrijving ‘verwilderd’ draagt? Is daarmee voldoende verzekerd dat er geen huisdieren worden doodgeschoten? Deelt u onze mening dat op basis van uiterlijke kenmerken of gedrag geen onderscheid gemaakt kan worden tussen verwilderde en niet-verwilderde katten?
  3. Wie zijn aangewezen op grond van artikel 67 van de Flora en Faunawet om de stand te beperken van verwilderde katten?
  4. Leidt het jagen op gronden zonder toestemming van de eigenaar of een aanwijzing op
    grond van artikel 67 tot het in beslag nemen van de jachtakte? Zo neen, waarom niet?
  5. Welke (juridische) wegen tot genoegdoening kunnen mensen bewandelen wiens huiskat door jagers is doodgeschoten?
  6. Op basis van welke overtredingen kan een jachtakte in beslag worden genomen?
  7. Hoeveel van dit soort overtredingen zijn sinds 2005 geconstateerd (graag gespecificeerd), hoeveel jachtaktes zijn daarom daadwerkelijk ingetrokken en kunt u een overzicht geven van de gebieden waar deze jagers actief waren?
  8. Hoeveel personen waren c.q. zijn sinds 2005 in het bezit van een jachtakte die geldig is voor jacht in Noord-Holland? Graag een opgave per WBE.
  9. Hoeveel jagers wiens jachtakte in beslag is genomen hadden of hebben in de jaren 2005, 2006, 2007 en 2008 een bestuurlijke functie binnen een WBE?
  10. Waarom is de populatie reeën in en rond het Robbenoordbos in 2006 zo goed als verdwenen?
  11. Hoeveel medewerkers van de provincie Noord-Holland die werken in een jacht-gerelateerde managements-, beleids- of handhavingsfunctie zijn in het bezit van een
    jachtakte?
  12. Acht u het een verantwoorde situatie dat medewerkers van de afdeling handhaving zichzelf of hun collega’s, van dezelfde afdeling, controleren bij de uitoefening van de jacht?
  13. Welke waarborgen zijn ingebouwd om te voorkomen dat de onafhankelijkheid van een medewerker van de afdeling handhaving, die zelf actief is in de jacht in Noord-Holland, ter discussie gesteld kan worden?

Antwoorddatum: 27 aug. 2008

1. Nee, deze schade is niet te kwantificeren. Verwilderde katten brengen schade toe aan fauna, variërend van insecten tot weidevogels, jonge hazen en konijnen. De omvang van deze schade wordt doorgaans niet geregistreerd en wordt ook niet door agrariërs geclaimd bij het Faunafonds.

2. Nee, deze mening delen wij niet. Jagers worden geacht het verschil tussen verwilderde en gedomesticeerde katten te kunnen beoordelen. Dit kan op basis van de gedragingen van de katten en op basis van uiterlijke kenmerken, zoals een grotere kop, een dikkere staart en meer beharing. Hoewel nooit gegarandeerd kan worden dat geen niet-verwilderde katten worden doodgeschoten, achten wij de kans hierop klein en beschouwen wij het voorval waaraan u refereert als een betreurenswaardig incident.

3. Niemand. De provincie Noord-Holland heeft geen aanwijzing op basis van art. 67 Flora- & faunawet (FFW) afgegeven om de stand van verwilderde katten te beperken. De verwilderde kat is een onbeschermde diersoort.

4. Dit is mogelijk. Het intrekken van de jachtakte is geregeld in art. 41 (FFW). De tekst van dit artikel hebben wij als bijlage bij deze beantwoording gevoegd. Het intrekken van de jachtakte is de bevoegdheid van de korpschef van politie (zie art. 42 lid 2 FFW) Toelichting bij de bijlage: art. 41 FFW bepaalt de gevallen waarin een jachtakte
moet worden ingetrokken (lid 1) en waarin een jachtakte kan worden ingetrokken (lid 2). Het jagen zonder toestemming van de eigenaar of een aanwijzing op grond van art. 67 FFW valt hoogstwaarschijnlijk onder de strekking van art. 41 lid 2 onder a FFW. Dat betekent dat de korpschef de jachtakte kan intrekken, maar hiertoe niet verplicht is.

5. Er zijn twee mogelijkheden: het strafrechtelijke spoor (aangifte doen bij de politie) of het civielrechtelijke spoor (de dader voor de rechter dagen en genoegdoening eisen op basis van een onrechtmatige daad).

6. Zie ons antwoord op vraag 4.

7. Het bedrijfsprocessensysteem van het Openbaar Ministerie is bedoeld om gegevens in een individuele zaak vast te leggen, met het oog op de strafrechtelijke afdoening. Het is echter niet mogelijk om, door middel van dit systeem, informatie te genereren ter beantwoording van deze vraag.

8. In Nederland zijn naar schatting 30.000 jachtaktehouders. In Noord-Holland is dit aantal ongeveer 1.000-1.200. Overigens is een jachtakte geldig in geheel Nederland. Dat betekent dat jachtaktehouders die in Noord-Holland wonen, ook buiten de provincie mogen jagen, en vice versa. Een overzicht van jachtaktehouders per ildbeheereenheden (WBE) is niet te geven.

9. Hiertoe wordt geen administratie bijgehouden.

10. Wij hebben niet geconstateerd dat de populatie reeën in het Robbenoordbos in 2006 (grotendeels) zou zijn verdwenen. Volgens telgegevens van de WBE en de beheerder Staatsbosbeheer is deze populatie de laatste jaren juist gegroeid.

11. Deze informatie is ons als werkgever niet bekend en beschouwen wij overigens als persoonlijk.

12. De veronderstelling dat een jagende provinciale toezichthouder/Buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) door de provinciale overheid gecontroleerd zou worden is niet juist. De jagende toezichthouder/BOA wordt gecontroleerd door de politie en de Algemene inspectiedienst.

13. Er zijn geen waarborgen om te voorkomen dat zaken ter discussie worden gesteld.

Artikel 41 Flora- & faunawet
1. Een jachtakte, valkeniersakte of kooikersakte wordt in ieder geval ingetrokken indien:
a. de ter verkrijging van de akte verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat, waren de juiste gegevens verstrekt, de akte zou zijn geweigerd;
b. blijkt dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 54, eerste lid, niet langer overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens dat artikel is gedekt of
c. de houder misbruik heeft gemaakt van wapens of munitie dan wel van de bevoegdheid om wapens of munitie voorhanden te hebben, of indien er anderszins aanwijzingen zijn dat aan hem het voorhanden hebben van wapens en munitie niet langer kan worden toevertrouwd.
2. Een jachtakte, valkeniersakte of kooikersakte kan worden ingetrokken indien:
a. er grond is om aan te nemen dat de houder van zijn bevoegdheid om te jagen misbruik maakt;
b. de houder nalatig is te doen wat een goed jager betaamt bij de uitoefening van de jacht;
c. er grond is om aan te nemen dat de houder van zijn bevoegdheden in het kader van beheer en schadebestrijding als bedoeld in Hoofdstuk V, titel III, afdeling 1, § 3, misbruik maakt.
3. De valkeniersakte kan voorts worden ingetrokken indien een ontheffing als bedoeld in artikel 75, derde lid, om jachtvogels onder zich te hebben, is ingetrokken.
4. Het bepaalde in het eerste lid, aanhef en de onderdelen b en c, is niet van toepassing ten aanzien van de valkeniersakte of de kooikersakte.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer