Konij­nenhel opgekocht door dieren­vrienden


25 augustus 2007

In Nederland leven 324.000 vleeskonijnen en 40.000 voedsters (CBS 2006) en jaarlijks worden 2.000.000 konijnen geslacht, het vlees wordt met name naar Frankrijk geëxporteerd. De slachtleeftijd van het konijn is tien weken en een voedster (fokkonijn) is na een jaar al klaar voor de slacht. Elk jaar overlijden 440.000 konijnen (22%) door slechte verzorging, ziektes en stress.

In 2006 heeft het Productschap Pluimvee en Eieren welzijnsrichtlijnen opgesteld voor het bedrijfsmatig houden van konijnen voor hun vlees (de zgn. Verordening Welzijnsnormen Konijnen, 2006, die bindend is voor de sector). Deze verordening heeft de situatie waarin konijnen moeten leven helaas niet noemenswaardig verbeterd (hokhoogte 60 cm, gazen vloer).

In antwoord op kamervragen van de Partij voor de Dieren over de welzijnseisen voor konijnen geeft minister Verburg aan dat zij ook niet het voornemen heeft om zelf specifieke welzijnseisen op te stellen. Het is daardoor zelfs zo dat als een particulier met (vlees)konijnen wil gaan fokken er (vrijwel) geen regels zijn waar men zich aan dient te houden.

Mede door deze minimale welzijnseisen en het ontbreken van wettelijke regelgeving wordt door willekeurige mensen konijnen gefokt in schuurtjes onder, in de ogen van de Partij voor de Dieren, erbarmelijke omstandigheden. Door dit gegeven hebben dierenvrienden zich op vrijdag 17 augustus genoodzaakt gevoeld om een particuliere konijnenfokkerij, die op de advertentiesite Marktplaats te koop werd aangeboden, op te kopen. Een journaliste van de Volkskrant was mee (klink hier voor het artikel). Stichting Melief bood aan te helpen met het opvangen van de konijnen en er werd een poging gedaan om het benodigde geld bij elkaar te verzamelen om zo het ‘bedrijf’, dat van een 16-jarige (!) boerenzoon was, op te kopen om op deze manier in ieder geval een klein lijntje van dierenmishandeling stil te leggen.

Het slechte onderkomen van de konijnen zoals zij in de schuur werden gehouden.

De leefomstandigheden waarin deze konijnen zaten waren bijzonder slecht; de konijnen werden gehuisvest in een donkere schuur in kooien geheel van gaas (dus ook de vloer). De meeste konijnen bleken achteraf ook ziek te zijn; tijdens latere controles constateerden dierenartsen bij diverse konijnen schimmel, oormijt, veel scheve koppen, zere hakken, snot en E. cuniculi. Daarnaast waren veel konijnen erg bang en sommige apathisch.

Meerdere konijnen in een hok helemaal van draadgaas.

Al eerder was de Landelijke Inspectiedienst van de Dierenbescherming (LID) over deze fokker getipt, maar omdat er dus geen enkele wettelijke regelgeving is voor de particuliere huisvesting van konijnen (en pluimvee) bleek al gauw dat de LID machteloos stond en niet in staat was om daadwerkelijk in te grijpen.

Een ware konijen bio-industrie waar voor deze dieren een einde aan is gekomen.


De 16-jarige jongen had zich, niet gehinderd door enige wettelijke bepaling en zo jong als hij was, al tot een fervente dierenfokker en -handelaar ontwikkeld. Naast de circa 50 vleeskonijnen, waaronder 12 hoogzwangere voedsters, werden in de schuur verder nog een overvolle bak met tamme ratten als slangenvoer (hiervoor bestaan ook geen huisvestingsregels) en 3 jonge en doodsbange wilde konijntjes in een draadgazen kooi aangetroffen. De jongen had deze gekocht van de poelier met als doel hiermee te fokken en deze konijnen later weer aan de poelier te verkopen zodat deze het op zijn beurt weer als echt ‘wild’ konijnenvlees aan zijn klanten duur kan doorverkopen.
Veel van de zogenaamd wilde konijnen die bij de poelier hangen worden op deze wijze in donkere schuurtjes door particulieren, en zelfs dus door kinderen, straffeloos gefokt en aan de poelier verkocht. Deze vorm van bio-industrie wordt ook gebruikt voor het fokken van konijnen voor de bontindustrie en zelfs om dierenwinkels te voorzien van jonge konijntjes. Drie wilde konijntjes zijn samen met 8 krielhaantjes, die net als de andere dieren in het donker in een gazen batterijkooi zaten, opgekocht om ook deze dieren een dierwaardige toekomst te geven.
Het is echter wrang te moeten constateren dat deze jongen gewoon kan doorgaan met dit soort kwalijke praktijken, maar dat moet ons niet weerhouden om hier alert op te blijven en er aan te doen wat we doen kunnen.

Met de financiële steun van diverse particulieren en stichtingen (o.a. Dier en Project en de Dierenbescherming Alkmaar ) heeft men de konijnenfokkerij kunnen opkopen. Verder hebben ook verschillende knaagdierenopvangcentra zich bereid verklaard de konijnen op te vangen en zo de actie te ondersteunen. Zo heeft het Knaagdierencentrum in Heiloo 6 hoogzwangere voedsters opgenomen en heeft Stichting Bunnybin 4 hoogzwangere voedsters bij gastgezinnen geplaatst waar bij aankomst één voedster al meteen bevallen is. Voor deze jonge konijntjes en de circa 90 andere konijntjes die nog geboren moeten worden, worden nog goede adoptieadressen gezocht. Het merendeel van de vrijgekochte vleeskonijnen is bij Stichting Melief geplaatst waar ze in de nabije toekomst voor het eerst in hun leven als echte konijnen kunnen gaan leven op een konijnenberg.

De konijnen in hun nieuwe onderkomen bij Stichting Melief.

Men beseft terdege dat deze reddingsactie slechts een druppel op de gloeiende plaat is en dat er talloze van dit soort fokkerijtjes in achteraf schuurtjes verborgen zijn en dat daar veel dieren ernstig lijden door de slechte wetgeving. Het huidige kabinet staat zelfs op het punt staat om de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren, de wet die de bescherming van het welzijn en de gezondheid van gehouden dieren regelt, nog verder af te zwakken.

Hierdoor is een landelijke voorlichtingscampagne extra hard nodig. Met het opkopen van de gehele konijnenfokkerij hebben zij naast de redding van deze konijnen uit de hel ook de aftrap van deze campagne gegeven. De opgekochte kooien zullen voor de landelijke campagne gebruikt gaan worden om in samenwerking met zoveel mogelijk dierenorganisaties de politiek ervan te doordringen dat effectieve regelgeving hoognodig is om dit soort dieren uit deze ongewenste situatie te verlossen.
Wij, de Partij voor de Dieren, willen met dit artikel mede aantonen hoe slecht het gesteld is in de ‘wereld van de door particulieren gehouden dieren’. Dit omdat er dus geen enkele regelgeving voor bestaat en omdat daarmee deze dieren ‘vogelvrij’ worden verklaard en hun lot totaal in handen ligt van mensen die deze dieren alleen maar zien als ‘geldbelegging’. De werkgroep van de Partij voor de Dieren in Amsterdam/Noord-Holland zal daarom deze actie ondersteunen indien en daar waar mogelijk. Mensen die informatie over de landelijke actie willen of interesse hebben in deelname aan de actie kunnen zich, met vermelding van telefoonnummer, opgeven via de Stichting Melief.

Heeft u na het lezen van bovengenoemde tekst de behoefte om iets voor deze dieren te betekenen dan kunt u:
*
een konijn op afstand adopteren bij Stichting Melief
* een goed tehuis bieden aan één of meerdere konijnen; de konijnen worden alleen geplaatst per twee of bij een ander konijn en u moet de dieren wel voldoende ruimte kunnen bieden.

Voor meer informatie kunt u per e-mail contact opnemen met Stichting Melief via info@stichtingmelief.nl

De Partij voor de Dieren heeft over het ontbreken van de regelgeving en sancties voor het verwaarlozen van konijnen op 20 augustus de volgende kamervragen gesteld:

Kamervragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit over het ontbreken van regelgeving en sancties voor het verwaarlozen van konijnen

1. Kent u het bericht ‘Dankzij veel liefde en 700 euro zijn 50 konijnen gered uit de hel’ (1)?
2. Is het waar dat ‘er geen regelgeving is voor het houden van konijnen door particulieren’? Zo ja, waarom niet en op welke wijze wilt u de in het artikel beschreven misstanden bestraffen en voorkomen? Zo neen, op welke wijze kan opgetreden worden en waarom is dat in dit geval niet gebeurd?
3. Kunt u aangeven waarom de zoon van een varkensboer als particulier wordt aangemerkt terwijl de konijnenhouderij zich bevond op een commercieel varkensbedrijf en de dieren bedoeld waren voor een commerciële activiteit?
4. Kunt u aangeven waar de grens ligt tussen commerciële houderij en het particulier houden van dieren?
5. Kunt u aangeven op welke wijze en bij wie melding en aangifte gedaan kan worden tegen de geconstateerde verwaarlozing van konijnen (en andere dieren) en welke overheidsprocedure wordt gevolgd om de overtreding te constateren en eventueel te sanctioneren?
6. Kunt u aangeven of u deze werkwijze voldoende effectief vindt en of deze werkwijze voldoende bekend is bij verontruste burgers die dieren actief willen beschermen? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo neen, op welke wijze wilt u de meldingsmogelijkheden verbeteren en binnen welke termijn?
7. Kunt u aangeven wat het verschil is in regelgeving op het gebied van welzijn voor het houden van konijnen door particulieren en door ondernemers en op welke wijze misstanden, verwaarlozing en mishandeling van konijnen kan worden opgespoord en bestraft?
8. Bent u van mening dat er onvoldoende mogelijkheden zijn om konijnen die gehouden worden voor vlees en/of bont te beschermen tegen mishandeling, verwaarlozing en misstanden zoals te kleine kooien? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo neen, bent u voornemens om regelgeving ten aanzien van het welzijn van konijnen te ontwikkelen en binnen welke termijn?
9. Kunt u aangeven of u van mening bent dat de eisen die worden gesteld door de sector zelf (verordening welzijnsnormen (PPE) 2006 op het gebied van minimale kooihoogte, verplichte schemerperiode en verrijking van de leefomgeving van konijnen voldoende zijn om hun welzijn te waarborgen? Waaruit maakt u dat op?
10. Kunt u aangeven waar de verplichte jaarlijkse controle van konijnenhouders, voortvloeiend uit de vrijwillige verordening welzijnsnormen, uit bestaat en of en in hoeverre deze controles door onafhankelijke instanties worden uitgevoerd? Heeft u de indruk dat deze controles toereikend zijn om het welzijn van commercieel gehouden konijnen te waarborgen en waarop is deze indruk gebaseerd?
11. Kunt u aangeven of er wettelijke sanctiemogelijkheden zijn als konijnenhouders zich niet houden aan de vrijwillige verordening welzijnsnormen konijnen en of u deze voldoende vindt? Zonee, waarom zijn er geen sancties en bent u bereid die alsnog in te voeren?
12. Is er wetenschappelijk onderzoek verricht naar de welzijnsbehoeften van konijnen en of de vrijwillige verordening van de sector voldoende rekening houdt met de welzijnsbehoeften van konijnen? Zo ja, op welke wijze zijn de resultaten gebruikt en kunt u ze ons ter inzage geven? Zo neen, op basis waarvan concludeert u dat de verordening van de sector ‘per direct een positief effect heeft op het welzijn van konijnen’(in uw brief aan de TK van 14 juni 2007, kenmerk DL 2007/1499)
13. Deelt u de mening dat de vrijwillige verordening welzijnsnormen van de sector onvoldoende garanties biedt om misstanden te voorkomen? Zo ja, wilt u alsnog specifieke welzijnseisen opstellen en binnen welke termijn? Zo neen, hoe garandeert u dat de eisen van de sector voldoende zijn om het welzijn van de konijnen te waarborgen en waaruit blijkt dat?

(1) Volkskrant, 20 augustus 2007

Er zijn nog geen antwoorden op bovenstaande vragen beschikbaar.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief