Kinderen en natuur­on­derwijs


28 april 2007

De Partij voor de Dieren Noord-Holland is een voorstander van Natuuronderwijs en vindt dat je hier niet vroeg genoeg mee kunt beginnen. Ethiek, gezondheid, voeding, natuur, dierenwelzijn, milieu en sociale vaardigheden moeten een essentieel onderdeel worden van natuuronderwijs, biologie- en maatschappijleerlessen op de scholen.

De Partij voor de Dieren Noord-Holland draagt dit ook uit in haar verkiezingsprogramma ‘Mededogen in alle Staten – Geef de dieren in Noord-Holland een stem’. Ook is de Partij voor de Dieren Noord-Holland van mening dat het vakonderwijs dient te worden hersteld. De verplichte brede leerweg voor alle kinderen zou moeten worden afgeschaft en scholing dient gebaseerd te zijn op aanleg, belangstelling en talenten van het kind en het kind moet weer centraal staan in het aangeboden leerpakket.

Ook is haar wens dat de Provincie, ten behoeve van de scholen, lespakketten samen stelt over provinciaal dierenwelzijnsbeleid en dat de Provincie bovenstaande maatregelen stimuleert voor zover ze inpasbaar zijn in het provinciale beleid.

Onderstaand artikel uit het Noord-Hollands Dagblad (24-04-2007) van Hak van Nispen sluit goed aan bij de standpunten van de Partij voor de Dieren Noord-Holland. Hak van Nispen is directeur van het Utrechtse bureau SME Advies. Dit bureau adviseert overheden en instanties op het gebied van duurzame ontwikkeling.

Kinderen moeten meer de natuur in

Kinderen van vandaag de dag weten nauwelijks waar hun eten vandaan komt. Ze moeten meer de natuur in. Dat is niet alleen goed uit het oogpunt van lichaamsbeweging, maar verbreedt ook hun kennis. Hier ligt een taak voor de ouders én voor de school.

De verandering van het klimaat krijgt steeds meer aandacht. Bill Clinton, Al Gore en Tony Blair hebben opgeroepen tot actie om de verdere opwarming van de aarde tegen te gaan. Ook premier Balkenende noemde ‘een duurzame leefomgeving’ een van de zes pijlers onder zijn huidige kabinet.
Hoewel het primair de taak van de ouders is om kinderen kennis te laten maken met hun leefomgeving en met de natuur, neemt de helft van de Nederlanders zijn kinderen minder dan vier keer per jaar mee naar een natuurgebied.
Mensen met lagen inkomens en een lage opleiding en met name allochtonen doen dit zelfs nog minder. Als kinderen niet meer echt ‘buiten’ spelen, weet de samenleving in de toekomst helemaal niets meer van natuur. Die verwordt dan tot een decor voor een sprookje; ‘In het bos zijn de wilde dieren’.
Niet alleen de ouders, maar ook scholen hebben een taak bij natuureducatie. Helaas is de situatie daar ook al niet rooskleurig. Op de basisschool worden rond Pasen nog wel eieren geschilderd en in de herfst worden herfsttafels gemaakt.
Maar hoe vaak komen de leerlingen nog in de natuur? Maken ze wel eens een wandeling? Gaan ze kastanjes zoeken of naar een boerderij? Helaas is dit uitzonderlijk geworden.
Gemiddeld besteedt een basisschool maar een uurtje per week aan natuur- en milieuonderwijs. Bovendien vindt dat gedurende negentig procent van die tijd plaats in de klas.

Opleiding
Nu is dat niet verbazingwekkend als je bedenkt dat de scholen bij de verwezenlijking van hun ‘kerndoelen’ maar beperkt aandacht besteden aan natuur en milieu hoeven te besteden. Zelfs bij de lerarenopleidingen wordt er minder aan gedaan. Maar wei moet jonge kinderen onderwijzen over natuur en milieu als de juf dit zelf op de pedagogische academie niet goed meer hebben geleerd?
Als zij niet weten welke dieren of planten er in hun omgeving voorkomen, dragen ze dat echt niet over. Daar komt bij dat de scholen liever aandacht besteden aan vakken als taal en rekenen.
Volgens de nieuwe overheidsnota Natuur- en Milieueducatie moeten leerlingen worden opgeleid tot competente burgers die in hun afwegingen als volwassenen natuur- en milieubelangen meewegen. Gezien de klimaatsverandering is meer ambitie op zijn plaats.

Aanbevelingen
Daarom heeft de Foundation for Environmental Education Nederland minister Ronald Plasterk van onderwijs gevraagd om meer aandacht voor natuur- en milieueducatie op school.
Hierbij zijn hem de volgende aanbevelingen gedaan:

1. Investeer in natuur en milieueducatie net zoals de afgelopen periode is gedaan voor bèta/techniek en voor cultuur.
2. Werk via een op te stellen ‘canon’ concreet uit wat scholen aan natuur en milieu moeten en kunnen doen.
3. Laat de scholen met de kinderen naar buiten gaan om in de eigen omgeving te spelen. Wijs speelbossen aan waar kinderen mogen klimmen en natuur- en milieuonderzoek kunnen doen. Laat scholen de omgeving en natuur geregeld als ‘buitenlokaal’ gebruiken.
4. Daag scholen uit om zelf het goede voorbeeld te geven voor duurzame ontwikkeling. Denk aan energie- en waterbesparing en het afvalbeleid en richt zo mogelijk het schoolplein in met bomen en planten.
5. Geef gemeenten een belangrijke rol bij het natuur- en milieuonderwijs.


Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief