Algemene Beschou­wingen


24 september 2007

Hieronder vindt u het standpunt van de fractie van de Partij voor de Dieren zoals verwoord tijdens de vergadering van Provinciale Staten op 10 september.

Rob van Oeveren aan tafel met Dago Wellink (SP) en Peter Visser (PvdA)

Voorzitter,

De Partij voor de Dieren was na de verkiezingen in maart de enige nieuwe partij in de Staten. Voor wij verdrinken in de gewoonten van deze Staten, maar wel lang genoeg aanwezig zijn om ons een beeld te vormen van de gang van zaken, kunnen we een frisse reflectie geven.

Voor ons is dit het eerste begrotingsdebat, maar gek genoeg hebben we toch al een déjà vu. Het collegeakkoord, de kaderbrief, nu gevolgd door de programmabegroting 2008, zijn in grote lijnen hetzelfde. Een compliment richting Gedeputeerde Staten voor consistentie kan er dus wel af. Maar het debat erover wordt steeds op hoofdlijnen gevoerd, met als gevolg: veel herhalingen bij de behandeling van deze stukken, zowel in de commissies als in de Staten. Inhoudelijk komen de partijen niet veel dichter bij elkaar, al kunnen de partijen zich in zo’n debat goed te profileren.
Maar voor wie? Voor besprekingen op grote lijnen is in de media weinig aandacht, in tegenstelling tot de concrete onderwerpen die leven bij de mensen, zoals het Wieringerrandmeer, de Westfrisiaweg, en natuurlijk het faunabeheer met de damherten, de overzomerende ganzen enzovoort. Het zou naar onze mening beter zijn als de Staten zich meer concentreerden op de vele belangrijke concrete onderwerpen, dan het zoveelste debat op hoofdlijnen. Door belangrijke beslissingen te nemen, uit te dragen of aan te klagen, wordt de provincie voor de mensen een instituut dat ter zake doet. We worden echt niet belangrijker door telkens te roepen dat we belangrijk zijn.

Het is een illusie te denken dat de provincie Noord-Holland bij haar inwoners meer gaat leven met een nieuw beeldmerk. We hebben al een logo. Het is aan ons allemaal om inhoud te geven aan dat merk. Een beeldmerk is niet meer dan een symbool om het merk in de markt te zetten. Pas als het logo niet meer bij het merk past, wordt het tijd de vorm te veranderen. Het introduceren van een nieuw logo staat niet in het collegeakkoord, wij zijn dus benieuwd: Vinden de coalitiefracties echt dat de inhoud van het provinciewerk al zo vernieuwd is, dat we ruim een half miljoen euro aan geld van de burgers moeten uitgeven aan een nieuw logo? Of vinden we gezamenlijk betere bestemmingen voor dat geld?

Onze complimenten voor de begroting zijn, zoals na onze inleiding verwacht kan worden, niet wezenlijk anders dan voor de kaderbrief, dan wel het collegeprogramma van dit voorjaar. Gemeld wordt nog steeds de extra aandacht voor de natuur, het klimaatbeleid, duurzame energie en transport over water. En daar zijn we het natuurlijk mee eens.

Ook onze algemene kritiek zal u weer bekend in de oren klinken. Wéér zijn er geen eigen ideeën van de coalitie om het dierenwelzijn in de provincie te verbeteren, noch is daar geld voor vrijgemaakt. Maar wel wordt ruimte gezien voor viskwekerijen en wie weet wat nog meer voor uitbreiding van de intensieve dierhouderij, met al het dierenleed dat daarmee gepaard gaat.
Verder lijkt de inzet van enkele extra provinciale ambtenaren voor de handhaving van de zogenaamde groene wetten, zijn vruchten af te werpen. Uit het veld bereiken ons berichten dat de intensievere controle daadwerkelijk leidt tot betere naleving van de regels. Dat is positief, al is er nog veel winst te behalen op dat terrein.

Wat specifiekere kritiek.
De antwoorden op de vragen die wij onlangs samen met GroenLinks stelden over de mogelijk toekomstige kippenfabriek die gemiddeld 1,6 miljoen kippen in 36 dagen produceert, stemmen niet vrolijk. Volgens uw antwoord is zo’n fabriek een agrarisch bedrijf. Volgens Van Dale betekent agrarisch dat het bedrijf betrekking heeft op de landbouw – maar hoezo landbouw? Klaas Breunissen van GroenLinks en ik hebben met de betreffende ondernemer gesproken. Een paar dingen zijn mij heel duidelijk geworden: Eén-komma-zes miljoen eieren zullen in 36 dagen worden bewerkt tot kuikens waarvan de filet nog nèt in de braadpan van de voornamelijk Britse huishoudens past. Eén-komma-zes miljoen dieren, die tussen eierschaal en slachterij geen poot in de aarde kunnen zetten en die computergestuurd worden gevoederd. Wat heeft dat met landbouw te maken – wat is daar agrarisch aan?

En dan is er natuurlijk het stimuleren van de biologische landbouw, hoewel we daar nu ook een kleine positieve kanttekening bij kunnen zetten. De doelstelling is niet langer 6% biologisch areaal, zoals door het vorige college beoogd maar niet gehaald is, maar nu 7%. Natuurlijk vinden we het jammer dat de doelstelling met niet meer dan één procent is verhoogd. Maar ja, wat wil je: de vorige doelstelling is niet gehaald en er wordt helaas nu weer minder geld uitgetrokken, dus is de opgave vergelijkbaar met die van het vorige college en beslist niet ambitieus te noemen.
Bovendien gaat er nu niet alleen aan de vraag naar biologische producten worden gewerkt, maar wordt er ook gekeken naar de aanbodzijde. De uitkomst daarvan –gezien de berichten in de media is te verwachten dat de vraag het aanbod overtreft- mag echter niets kosten, want er is geen geld voor gereserveerd. Of het zou ten koste moeten gaan van het stimuleren van de markt, maar, zoals de gedeputeerde al duidelijk maakte, het beleid moet niet zomaar helemaal worden omgegooid.
De conclusie van de Partij voor de Dieren is: er moet extra geld komen om de biologische landbouw te stimuleren! Want in tegenstelling tot wat we kunnen lezen op pagina 123 van de programmabegroting is de provincie Noord-Holland géén koploper op het gebied van biologische en duurzame landbouw.
Het kenmerk van een koploper is immers dat hij voorop loopt, en niet als tweede op grote afstand van de voorste…. Dan ben je toch slechts op grote afstand tweede?
Dan is steevast de vraag, bijna een dooddoener - ondanks de grote financiële reserves van de provincie, waar dat geld vandaan moet komen.

Zojuist hebben wij al aangegeven dat een nieuw logo niet hoeft: dat bespaart weer het een en ander. Maar er zijn nog enkele posten waar wat ons betreft wat af kan.
De Fauna Beheer Eenheid bijvoorbeeld. In de jaarverslagen kan zij alleen aangeven hoeveel dieren er zijn gedood, maar niet hoeveel schade er is voorkomen met zoveel bloedvergieten. Sterker nog, er zijn aanwijzingen dat het vele schieten juist tot meer schade leidt!
Kijk naar de groeiende groep overzomerende ganzen. Hoeveel van deze dieren wilde dolgraag na de winter terugvliegen, maar kon dat gewoon niet meer vanwege de hagel die de jagers in de dieren hadden geschoten? Er zijn onderzoeken beschikbaar waaruit blijkt dat 35 tot 50 procent van de ganzen die boven Denemarken en Zweden vliegen, hagel in het lijf heeft. Er is geen reden op voorhand aan te nemen dat die cijfers voor de ganzen in en boven Nederland erg verschillend zullen zijn. Heeft misschien het vele schieten met hagel in 2005 de overzomerende populatie zo doen groeien dat de schade in 2006 in de tonnen loopt?
Zo blijven we bezig. Dat wil zeggen: zo houden de jagers zichzelf bezig – met hun hobby: het schieten op dieren.
Misschien moet de Faunabescherming maar subsidie krijgen – die stichting zorgt ervoor dat ons provinciale faunabeleid niet afglijdt tot het niveau van het Franse platteland, doordat ze de provincie blijft dwingen beter beleid te maken, met dezelfde doelstellingen als de provincie: het beschermen van de fauna, die wij allemaal zo waardevol vinden.

Maar we hadden het over het bezuinigen, en dan bij voorkeur op slecht toetsbare onderdelen van het beleid. De slechte toetsbaarheid van het faunabeheer steekt ons niet alleen bij de Fauna Beheer Eenheid, maar ook bij de muskusrattenbestrijding. Eerst wordt gestreefd naar het vangen van 5700 dieren en later is het doel verlaagd naar 4300. Maar het is natuurlijk niet zo moeilijk om er snel minder te vangen. Daar hoef je alleen maar minder voor te doen.
Het aantal van deze knaagdieren dat wordt gevangen zegt helemaal niets. Het gaat zelfs niet om hoeveel knagers er overblijven, maar om hoeveel veiliger Nederland wordt en hoeveel schade wordt voorkomen. En dat blijft vooralsnog onduidelijk.
Het zou goed zijn als de gekozen indicatoren ook echt relevant waren voor het te behalen doel. Hoe dat mogelijk is zullen we volgend jaar aan de hand van de onderzoeksrapporten in het kader van de discussie over nut en noodzaak bespreken. En dat geldt ook voor de mogelijkheid om op de dieronvriendelijke bestrijding te bezuinigen.

En nog verder over bezuinigen: Uit het programma Noordboog West wordt voor de komende periode van drie jaar € 3 miljoen bezuinigd, omdat er geen invulling voor dit bedrag aan natuurprojecten kon worden gevonden. Het lijkt ons handiger dit bedrag beschikbaar te houden voor andere natuurgerelateerde projecten in hetzelfde gebied of daarbuiten.
Noord-Holland heeft prachtige natuurgebieden waarvoor iedereen, inclusief de provincie, zijn best doet voor een optimale ontwikkeling van de flora en fauna. En dan komt het jachtseizoen – dat begint binnenkort weer. In die mooie gebieden komen jagers de eenden, fazanten, konijnen en hazen opeisen om er hun trofeeën- en vrieskasten mee te vullen. De natuur heeft vervolgens weer bijna een jaar nodig om zich daarvan te herstellen. Ook de jacht maakt meer kapot dan je lief is.

Voorzitter, er is veel onnodig dierenleed. We hoopten dat onze provincie actief zou willen meewerken daar een eind aan te maken. Helaas vinden we daar in de begroting voor 2008, die door de coalitie is opgesteld, geen aanzet voor. Dat is een gemiste kans. De ruim 30.000 provinciale stemmers op de Partij voor de Dieren vinden dat erg. Heel erg.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief