Motie Natuur­in­clu­sieve landbouw als standaard 


12 oktober 2017

Provinciale Staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen op 9 oktober 2017, te Haarlem, ter behandeling van de Koers NH2050;

constaterende dat:

  • in de Omgevingswet (art. 3.3) vier Europese milieubeginselen zijn opgenomen, te weten het voorzorgsbeginsel, het beginsel dat de vervuiler betaalt, het beginsel dat milieuvervuiling aan de bron dient te worden bestreden en het beginsel van preventief handelen;

overwegende dat:

  • het Planbureau voor de Leefomgeving constateert dat “In de afgelopen jaren de milieudruk van de landbouw op de natuur en het oppervlaktewater niet wezenlijk [is] veranderd. De uitstoot van ammoniak, de verontreiniging van het oppervlaktewater en de milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen blijven zo hoog dat de doelen voor de natuur- en waterkwaliteit nauwelijks dichterbij komen”;[1]
  • de bovenstaande bepalingen uit de Omgevingswet nopen tot een drastische verduurzaming van de landbouw;
  • natuurinclusieve landbouw (i.e. landbouw met een lage milieudruk en een positief effect op de biodiversiteit) goed aansluit bij deze gevraagde verduurzaming;
  • Noord-Hollanders in het publieksonderzoek hebben aangeven het ‘verbeteren van de luchtkwaliteit’, ‘zorgen voor een gezonde voedselproductie’, ‘zorgen voor een schone bodem’ en ‘verbeteren van de kwaliteit van het zwem – en drinkwater’ van zeer groot belang te vinden en deze opgaven te verkiezen boven economische doelen;

gehoord de discussie,

verzoeken het College van Gedeputeerde Staten:

  • in de Omgevingsvisie tot doel te stellen dat de landbouw in 2050 in Noord-Holland natuurinclusief is;

en gaan over tot de orde van de dag.

Linda Vermaas

Partij voor de Dieren

[1] Planbureau voor de Leefomgeving, “Balans van de leefomgeving 2017”.


Status

Ingetrokken

Voor

Tegen