Welzijn van Vissen


Initi­a­tief­voorstel

17 oktober 2018

Inleiding

Voortschrijdend wetenschappelijk inzicht over het bewustzijn van vissen vraagt om veranderingen in de wijze waarop wij met vissen omgaan. Beleidskeuzes ten aanzien van vissen dienen herzien te worden om het welzijn van vissen beter te borgen. Deze conclusies trok de Raad voor Dieraangelegenheden in haar zienswijze Welzijn van Vissen. Bovendien lijkt een meerderheid van de bevolking ook te vinden dat het welzijn van vissen net zo belangrijk is als dat van andere dieren.

Er is steeds meer wetenschappelijke onderbouwing dat vissen pijn kunnen ervaren. Ook de Europese autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) en World Organisation of Animal Health (OIE) hebben dit bevestigd. De EFSA sprak zich in 2017 uit voor gelijke behandeling voor vissen als zoogdieren en vogels wanneer het gaat om bewustzijn en welzijn. Een grote meerderheid van Europese burgers wil veranderingen in beleid ten aanzien van vissen: 79% van Europeanen vindt dat vissenwelzijn net zo goed beschermd moet zijn als dat van andere dieren, en dat het beter beschermd dient te worden dan nu het geval is.

Bij de bespreking van de discussienota Welzijn van Vissen (commissievergadering NLWM, 28-5-2018) bleek ook een deel van de commissieleden de groeiende wetenschappelijke consensus ten aanzien van het bewustzijn van vissen te onderschrijven en steun te willen geven aan verschillende maatregelen die het welzijn van vissen beter kunnen borgen in provinciaal beleid.

Wat is onze provinciale rol?

De provincie Noord-Holland kent een aanzienlijke visserij en visverwerkingsindustrie en een groot aantal hengelaars. De provinciale bestuurders hebben de verantwoordelijkheid om, wanneer wetenschappelijk onderzoek daartoe noodzaakt, beleid aan te passen. Groeiende academische consensus over pijnervaring bij vissen is bij uitstek een voorbeeld van hoe nieuw onderzoek noopt tot nieuw beleid. Daarbij: een voortrekkersrol op het gebied van vissenwelzijn past goed bij het vooruit-strevende, duurzame Noord-Holland waar wij allen zo hard aan werken.

“Viswelzijn leent zich ervoor om een USP te worden, een unique selling proposition net zoals dat in het Beter Leven-systeem van de Dierenbescherming gebeurt.”

- Raad van Dieraangelegenheden “Welzijn van vissen: samenvatting” (2018) pag. 5 –

Provinciaal beleid heeft via tal van wegen zijn weerslag op het welzijn van vissen. De provincie Noord-Holland heeft veel visrechten en verhuurt deze aan beroepsvissers en hengelsportverenigingen. De provincie Noord-Holland stelt subsidies beschikbaar, bijvoorbeeld voor de Blueport en de verduurzaming van de visserijsector, en heeft invloed op de besteding van Waddenfondsgelden.

Daarnaast zijn de sluizen, gemalen en pompen in de provincie een belangrijk instrument om vissenwelzijn te verbeteren. Tot slot geven zowel de Wet Natuurbescherming als PRV artikel 26 de provincie de mogelijkheid zich in te zetten om vissenwelzijn beter te garanderen.

Door deze instrumenten actief in te zetten voor vissenwelzijn, komt het ambitieuze doel uit de Watervisie 2021, ‘Wij zorgen ervoor dat de ‘eigen’ wateren ecologisch goed functioneren,’ binnen handbereik.

Voorstel 1: Weeg welzijn niet bij uitzondering, maar standaard mee bij besluiten die vissen aangaan.

Voorstel 2: Maak rekening houden met dierenwelzijn en natuur tot voorwaarde voor het verlenen van provinciale subsidies voor visvangst.

Visstanden reden tot zorg

De visstand in tal van Noord-Hollandse wateren, de Waddenzee, de binnenwateren, en natuurlijk het IJsselmeer en Markermeer, blijft aanleiding geven tot grote zorg. Paling komt van nature veel voor rondom Amsterdam, maar de stand is de afgelopen twintig jaar gedecimeerd. Paling behoort tot de snelst uitstervende diersoort in Nederland. Ook met andere trekvissoorten zoals spiering, houting en driedoornige stekelbaars gaat het dramatisch slecht.

In de Waddenzee heeft het vissen op garnalen in het bijzonder een zeer negatieve impact op de ecologie door aantasting van de bodem en de grote hoeveelheid bijvangst. Door de netten van garnalenvissers zijn de middelgrote en de grote vissoorten vrijwel geheel verdwenen uit de Waddenzee. Onderzoekers zouden het liefst zien dat de Waddenzee een volledig beschermd zeereservaat wordt, zonder professionele visserij. Ondanks subsidie van het Waddenfonds komt er tot nog toe weinig terecht van het voornemen om te stoppen met vissen op garnalen. De huidige hoge garnalenprijzen maken dat vissers weinig trek hebben om te stoppen met hun activiteiten.

Het IJsselmeer is nog altijd één van de meest overbeviste wateren ter wereld. De visstand is in de afgelopen decennia flink teruggelopen en de maatregelen die tot nu toe zijn genomen leverden geen grote verbeteringen op. Er is nog maar één procent over van de oorspronkelijke palingpopulatie. Brasem en blankvoorn blijven afnemen. Baars en snoekbaars blijven reden tot zorg geven. Het aantal vergunningen voor het IJsselmeer staat nog altijd op 70, terwijl volgens ecologen van Natuurmonumenten 5 een juist aantal zou zijn. Gedeputeerde Staten participeren ook in het overleg over de visstand in het IJsselmeer.

Ook in de Noord-Hollandse binnenwateren wordt nog steeds op grote schaal gevist. Ook hier hebben verschillende visstanden het zwaar. Provinciale natuurgebieden als de Loosdrechtse Plassen en Wijde Blik zijn geen uitzondering. Toch mag er gewoon gevist worden.

De visserijwet kent geen toevoeging die de industrie verplicht rekening te houden met natuurdoeleinden, hetgeen noopt tot alternatieve effectieve maatregelen. De heer Bond gaf het ook al aan bij de behandeling van de discussienota Welzijn van Vissen: er is geen effectievere manier om de visstand duurzaam te verbeteren dan een warme sanering en het terugbrengen van het aantal netten. Dat betekent niet dat ons geen andere zeer effectieve opties ter beschikking staan. Zo kan de provincie de recreatieve en commerciële jacht op vis in kwetsbare wateren indien de visstand van de vis in kwestie reden tot zorg geeft, verbieden.

“De Raad voor Dierenaangelegenheden ziet met name in het voortschrijdend wetenschappelijk inzicht aanleiding om meer aandacht dan tot nu toe te besteden aan het welzijn van vissen.”

- Raad van Dieraangelegenheden “Welzijn van vissen: samenvatting” (2018) pag. 5 –

Voorstel 3: Verleen geen visrechten en ontheffingen meer voor visserij in kwetsbare natuurgebieden of indien de visstand aanleiding tot zorg geeft.

Uitzetten van vissen

Door uitzettingen van miljoenen vissen in de afgelopen decennia is de natuurlijke visfauna en in veel gevallen ook het gehele ecosysteem danig in gedrang gekomen. Uitgezette zonnebaarzen zijn in tal van ecologisch hooggewaardeerde vennen een ecologische ramp door de predatie van de macrofauna. Zo hebben hoge dichtheden van benthivore vissoorten het water vertroebeld waardoor het ongeschikt is geworden voor waterplanten en vissoorten die afhankelijk zijn van enigszins helder water. Uitzettingen van andere diersoorten als vissen zijn aan strenge regels gebonden. Vissen mogen echter vrijwel overal nog altijd zonder beperkingen worden uitgezet.

Het uitzetten van vissen vindt ook in onze provincie nog altijd met grote regelmaat plaats, zelfs in provinciale natuurgebieden zoals de Loosdrechtse Plassen en Wijde Blik is het uitzetten van vissen, net als hengelen, nog gemeengoed. In kwetsbare wateren als de Vinkeveense en de Loosdrechtse Plassen wordt paling en glasaal uitgezet.

Maar vooral karperuitzettingen zijn populair. Karpers kunnen zich in Nederland moeilijk voortplanten, met als gevolg een achteruitgang van karperbestand. Vanwege de waarde van de karper als hengelsportvis wordt de karper nog steeds op tal van plaatsen uit- en bijgezet. Karpers, met name indien ze in hoge dichtheden voorkomen, brengen schade toe aan het ecosysteem, regelmatig met rampzalige gevolgen. Niet voor niets worden karpers vanwege hun negatieve impact en grote aantallen beschouwd als negatief onder de Kaderrichtlijn Water.

“We spannen ons in om samen met onze partners zo spoedig mogelijk aan de KRW-normen voor water […] te voldoen”

- Koers NH2050 (2017) pag. 8 –

De omvang van de uitzettingen is slechts zelden geadministreerd. Veel vissoorten worden uitgezet, ook soorten die niet van nature in het gebied voorkomen (forel, kopvoorn). Voorafgaande aan het uitzetten van karpers (en andere vissoorten) wordt vrijwel nooit onderzoek gedaan naar de noodzaak en de gevolgen van de uitzettingen.

Het is aan de hengelaars of zij met de waterschappen willen overleggen over de draagkracht van de wateren waarin de vis uitgezet wordt. Overleg gebeurt altijd op vrijwillige basis. Maar het uitzetten van vissen heeft een dusdanige impact op zowel de ecologie als het welzijn van vissen, dat het nooit simpelweg door hengelaars bepaald mag worden. Ecologen en waterbeheerders dienen te beslissen of dit kan.

Volgens een bron binnen Waternet is er na een daling van uitzettingen in de afgelopen decennia, de laatste twee jaar een toename zichtbaar. Ook blijkt uit gegevens van de Waterschappen dat hengelsportverenigingen nog geregeld aanvragen doen voor het uitzetten van vis in Natura 2000-gebieden.

Een initiatief van waterschappen om gezamenlijke beleidsregels op te stellen, werd door de lobby van hengelaars niet gewaardeerd. Daarom zijn strengere regels over het uitzetten van vissen nog altijd niet in een nieuwe viswet opgenomen. Ondertussen worden de KRW-doelen, die uiterlijk gerealiseerd dienen te zijn in 2027, direct in gevaar gebracht door het uitzetten van vis.

Voorstel 4: Het uitzetten van vissen ten behoeve van de hengelarij tegen te gaan.

Vispassages

In Noord-Holland zijn duizenden obstakels in de vorm van gemalen, sluizen, en stuwen aanwezig op vismigratieroutes. Zij vormen een belangrijk instrument om vissenwelzijn te verbeteren en om aan ecologische doelstellingen van de Europese Kader Richtlijn Water te voldoen. Op diverse plaatsten zijn vismigratievoorzieningen gebouwd. Daarnaast wordt de laatste jaren bij nieuwbouw van gemalen standaard visvriendelijke principes toegepast. Dit zijn stappen in de juiste richting.

Toch schatten bronnen binnen de waterschappen het aantal kunstwerken in Nederland dat visveilig is uitgevoerd nog altijd maar op minder dan 5% (uitgaande van ca. 3000 gemalen in Nederland). Grove schattingen gaan nog altijd uit van miljoenen vissen die in Nederland zo jaarlijks sterven. Ook in Noord-Holland worden kunstwerken ieder dag nog vele vissen fataal en dragen in belangrijke mate bij aan de nog altijd dramatische visstand. Genoeg reden om meer te investeren in het vispasseerbaar maken van kunstwerken.

Precieze schattingen zijn lastig omdat een overzicht van alle aanwezige opvoerwerken (type, dimensies, etc.), schadepercentages per opvoerwerk (afhankelijk van de soort pompen, dimensies, etc.), en visaanbod per opvoerwerk (hoeveel vis verwacht er doorheen gaat, kan sterk per locatie verschillen) nodig zijn. Meer onderzoek is nodig naar het functioneren van bestaande vispassages.

De provincie kan verschillende stappen nemen om meer provinciale kunstwerken visveilig te maken (visveilig betekent >95% vissen overleeft passage) voor 2027. Zoeken naar extra middelen om waterschappen financieel te ondersteunen bij deze kostbare onderneming is een eerste. Het toepassen van een visveilige oplossing bij nieuwbouw opvoerwerken is weliswaar betrekkelijk eenvoudig en tegen geringe meerkosten te realiseren en bij veel waterschappen al een redelijk gangbare praktijk; bij bestaande opvoerwerken ligt dit complexer. In dit geval moeten goed functionerende pompen en vijzels versneld worden vervangen terwijl deze technisch gezien (voor de waterafvoer) nog prima functioneren. Voor een deel van de situaties zijn visveilige opvoerwerken betrekkelijk eenvoudig in te bouwen en vallen de meerkosten mee (zoals bij het vervangen van reguliere vijzels door visveilige buisvijzels). In andere gevallen betreft het echter monumentale gemaalgebouwen met “oude, maar goed functionerende” techniek, waar een verbouwing voor visveiligheid lastig in te passen is.

Geschatte kosten op basis van eerdere door waterschappen uitgevoerde projecten laten zien dat vervanging van een vijzel ongeveer 100.000 euro kost en een pomp in een typisch poldergemaal al snel 200.000 a 300.000 per pomp. Nederlandse gemalen zijn vaak voorzien van 2 a 3 vijzels of pompen i.v.m. de veiligheid. Een logisch moment om tot vervanging over te gaan, is als pompen en vijzels regulier vervangen worden i.v.m. slijtage of schade. Maar zelfs wachten op dergelijke vervangingen kan vele tientallen jaren duren omdat veel van deze opvoerwerken in het verleden heel degelijk gebouwd zijn waardoor er niet vaak zaken echt kapot gaan in het mechanische deel van het gemaal.

In het licht van nieuwe bevindingen over het bewustzijn van vissen en de afspraken gemaakt onder de Kaderrichtlijn Water, voldoet de tijdslijn niet. Extra financiële ondersteuning van de waterschappen bij versnelde vervanging van vijzels en pompen en het versneld visveilig maken van alle opvoerwerken in de provincie is noodzakelijk.

Daarnaast kan de provincie, tevens gedekt door het provinciale budget voor vismigratie, een provinciekaart knelpunten vismigratie als beleidsproduct opstellen, inclusief schattingen van hoeveel vissen in die knelpunten gewond raken of sterven. Zo kunnen initiatieven ook goed afgestemd worden op andere provinciale plannen zoals Natura2000. Vismigratie is complex en stopt niet plots na de Afsluitdijk. De belangrijke verbanden kan de kaart laten zien. De Fish Migration Foundation zou een geschikte partner zijn om de kaart vorm te geven.

Voorstel 5: Teken alle knelpunten voor vismigratie op in een provinciale kaart die als beleidsproduct gebruikt kan worden.

Voorstel 6: Stel een actieplan op voor aanleg, beheer en monitoring van vispassages, ecologische verbindingen en natuurvriendelijke oevers in sluizen, gemalen en pompen in Noord-Hollandse wateren om de knelpunten in vismigratie op te lossen vóór 2027.

Besluit

Provinciale Staten spreken uit dat zij vissenwelzijn van groot belang vinden en dragen Gedeputeerde Staten op, op basis van het hierboven gestelde:

- welzijn niet bij uitzondering, maar standaard mee te wegen bij besluiten die vissen aangaan;

- rekening houden met dierenwelzijn en natuur tot voorwaarde voor het verlenen van provinciale subsidies voor visvangst te maken;

- geen visrechten en ontheffingen meer te verlenen voor visserij in kwetsbare natuurgebieden of indien de visstand aanleiding tot zorg geeft;

- het uitzetten van vissen ten behoeve van de hengelarij tegen te gaan;

- alle knelpunten voor vismigratie in een provinciale kaart op te tekenen die als beleidsproduct gebruikt kan worden;

- een actieplan op te stellen voor aanleg, beheer en monitoring van vispassages, ecologische verbindingen en natuurvriendelijke oevers in sluizen, gemalen en pompen in Noord-Hollandse wateren om de knelpunten in vismigratie op te lossen vóór 2027;

Linda Vermaas

Partij voor de Dieren