01 juni 2026
Burgers krijgen geen inzicht in besteding Waddenfonds-miljoenen
Vanuit Noord-Holland gaan er tijdens zijn looptijd honderden miljoenen belastinggeld naar het Waddenfonds. Een fonds dat bedoeld is om zowel de ecologie als een duurzame economische ontwikkeling van het Waddengebied te versterken. Maar het is niet te controleren of en in hoeverre dat geld daadwerkelijk aan beide doelen bijdraagt, stelt de Partij voor de Dieren, die daarom een debat aanvroeg.
Economische projecten met een groen randje worden al onder ‘ecologie’ geschaard. Toerisme is bijvoorbeeld nooit goed voor de natuur: het leidt tot infrastructuur en tot onrust, en veroorzaakt afval en uitstoot. Ook als de natuur een opknapbeurt krijgt ten behoeve van dat toerisme, is het zaak om aan te tonen of de natuur er onder de streep daadwerkelijk op vooruitgaat. En dat gebeurt niet.
De Waddenzee is UNESCO werelderfgoed, omdat mensen waarde en de schoonheid in de Wadden zien. Maar tegelijkertijd staan overheden toe dat er steeds een hapje uit die natuur genomen wordt. Een boorplatform hier, een kokkelvisser daar, en toeristen op een veerboot die al dan niet spreekwoordelijk hun lege bierblikjes zo over de reling keilen. En dan een Waddenfonds dat beduidend meer investeert in economische projecten (vorig jaar 66%) dan in natuurherstel (34%, waarvan een groot deel alsnog naar economische activiteiten gaat). De Partij voor de Dieren stelt dan ook voor om in de resterende looptijd van het fonds te zorgen dat die evenwichtige verdeling tussen economie en ecologie daadwerkelijk gehaald wordt, en dat aan te tonen met zinvolle indicatoren (zoals biodiversiteit, vermindering van verstoring en daadwerkelijke versterking van de natuurwaarden).
GroenLinks-gedeputeerde Gielen verdedigt deze verdeling. Hoewel ze niet van plan is om het aan te tonen, stelt ze dat over de hele looptijd van het Waddenfonds (2006 – vermoedelijk 2030) de 50-50-verdeling gehaald wordt. Wat vindt de belastingbetaler van dit gebrek aan transparantie? Van hun vertegenwoordigers in de de Provinciale Staten van Noord-Holland zag, behalve de SP, Volt en 50PLUS, niemand het probleem, of erkende men het probleem wel maar wilde daar niets aan doen (PvdA).