Lisdodde in plaats van koeien tegen klimaatverandering in Groene Hart

Wil Nederland zijn klimaatdoelen halen, dan moet veendaling in het Groene Hart niet slechts vertraagd worden, maar stoppen en zelfs omgekeerd worden. Daarvoor pleit de Partij voor de Dieren Noord-Holland in Provinciale Staten.

De CO2-uitstoot van veenafbraak in Nederland is ongeveer gelijk met die van een kolencentrale, en als gevolg van klimaatverandering stijgt die CO2-uitstoot mogelijk met nog 70 procent deze eeuw. ‘Alle kolencentrales moeten dicht, dus deze ook,’ zegt Bram van Liere, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de Provinciale Staten van Noord-Holland.

Bodemdaling is niet alleen schadelijk voor het milieu; ook infrastructuur en funderingen hebben ernstig te lijden als gevolg van veenverzakking. Het PBL schat de schade op €20 miljard tot 2050.

Structurele oplossingen liggen binnen handbereik, aldus onderzoek van Landschap Noord-Holland. Bodemdaling wordt veroorzaakt door ontwatering, een techniek die op grote schaal wordt toegepast om de intensieve melkveehouderij tot dienst te zijn. Er zijn echter veel rendabelere vormen van landbouw die geen lage waterstand vereisen en dus veel geschikter zijn voor veengrond, waaronder de teelt van veenmos en lisdodde. De inkomsten van de boer zouden met deze teelten volgens sommige projecties zelfs tot 150% kunnen groeien.

Bram van Liere: “Het kunstmatig laag houden van het waterpeil in het Groene Hart om de melkveehouderij in stand te houden is onhoudbaar en niet te rijmen met de klimaatdoelstellingen van Parijs. Bovendien kunnen boeren veel meer verdienen met andere teelten die beter passen bij veengrond. Het tijdperk van pappen is over, laat het nathouden beginnen.”